Triks en De Magiër
vaktijdschriften voor goochelaars

Utrecht magisch middelpunt. Fred Kaps *16 juni 1961
Fred Kaps in juni 1961 door Jac. de Nijs / Anefo (Nationaal Archief) via Wikimedia Commons

Goochelaars goochelen, al dan niet als professional—’om den brode’. Daarom zijn er ‘vak’tijdschriften voor hen die met goochelen hun brood verdienen.

De Magiër

Een ‘alert’ van marktplaats.nl: acht jaargangen van het vaktijdschrift De Magiër te koop aangeboden. Aanvankelijk zet ik vraagtekens bij ‘vaktijdschrift’ maar na enig nadenken kom ik tot de conclusie waarmee deze post opent. Toegegeven: zulke vaktijdschriften zullen ook vele hobbyisten tot hun lezerskring mogen rekenen.

Ik typ ‘de magier tijdschrift’ in in de zoekbalk van Google. Ik ben al op pagina zes van de zoekresultaten als ik op ‘De Geschiedenis van De Magiër’ stuit; een tekst uit 1996 die te vinden is op de website a-en-g.nl. Enigszins opgewonden klik ik op de hyperlink.

Dan opent een ‘pagina’ met een schermbrede tekst en een drietal plaatjes waarvan één de cover van het eerste nummer van ‘De Magiër’ toont; bingo! Het lijkt erop of ik ‘de verdubbelaar’ ingezet heb want boven de tekst prijkt de kop: “De Geschiedenissen van ‘Triks’ en ‘De Magiër”. De tekst is van Wim van Rosmalen, zo blijkt later. Over ‘Triks’ verderop meer.

Ik lees dat Cas G. Ziekman (*1919, †1987; van beroep jongleur/goochelaar) op 1 mei 1943—de Tweede Wereldoorlog is nog in volle gang—goochelstudio Mephisto-Huis aan de Prins Hendrikkade 124 in Amsterdam opende. Het duurt dan nog tot juni 1947 als het eerste nummer van ‘De Magiër’ verschijnt, waardoor de goochelstudio ook een uitgeverij wordt. De ondertitel luidt: “Vakblad voor de goochelkunst”. Na de tweede jaargang komt de verschijning tot oktober 1952 stil te liggen. Deze verschijningspauze van 40 (!) maanden wordt door Ziekman toegeschreven aan het vertrek van een redacteur. Het document van Van Rosmalen doet per jaargang een kort verslag van de redactionele inhoud van ‘De Magiër’. Wie in goochelen geïnteresseerd is kan zijn hart ophalen aan de tientallen namen van redacteuren/goochelaars—vaak met exotisch klinkende pseudoniemen—illustratoren en vormgevers die genoemd worden. Nooit geweten dat Fred Kaps (artiestennaam van Bram Bongers; *1926, †1980)—die ik lang geleden, in het tijdperk van de zwart/wit-televisie, wel eens heb zien goochelen—in de 40’er en 50’er jaren de naam ‘Mystica’ gebruikte. Na 25 jaargangen, in september 1975, houdt ‘De Magiër’ op te bestaan omdat de gezondheid van (hoofd)redacteur Iskari (pseudoniem van Freek H. Kemner jr.; *1921, †1984) verder werken niet langer toelaat. Iskari trad al vanaf de derde jaargang op als vormgever, en vanaf de achtste jaargang was hij als enig redacteur aan het blad verbonden.

In 1974 verkoopt Ziekman zijn activiteiten aan goochelaars uit België. Ruim twintig jaar later in 1996 heet Mephisto-Huis kortweg Mephisto of Huis Mephisto en is dan te vinden in het Belgische Kortrijk. Weer twintig jaar later levert de zoekterm ‘Mephisto Huis’ bij Google nog steeds hits op, maar goochelen heet tegenwoordig ‘magic’ en een goochelaar een ‘illusionist’.

Triks

triksHet verhaal achter ‘Triks’ is zo mogelijk nog boeiender dan dat van ‘De Magiër’. Aangekondigd als ‘De Tooverlantaarn’, verschijnt het eerste nummer van ‘Triks’ al in april 1941—het niet-aanvalsverdrag met de Sovjet Unie (het Molotov-Ribbentrop-pact) is door Hitler-Duitsland nog niet geschonden. De ondertitel is dan nog: “Nederlandsch Maandblad voor de Goochelkunst”. Na het verschijnen van het laatste nummer van de tweede jaargang—maart 1943—krijgt ‘Triks’ een verschijningsverbod opgelegd. De derde jaargang start in oktober 1945. Zoals Ziekman de drijvende kracht achter ‘De Magiër’ is, vervult Henk Vermeyden deze rol voor ‘Triks’. Uit de tekst van Van Rosmalen spreekt dat ‘Triks’/Vermeyden ‘De Magiër’/Ziekman op tal van aspecten overvleugeld. ‘Triks’ is ouder dan ‘De Magiër’, maar dat is op zich geen verdienste. Ook qua redactionele inhoud echter, is ‘Triks’ uit het betere hout gesneden. Ondanks dat vindt Vermeyden het niet nodig ook maar enige aandacht te schenken aan het verschijnen in 1947 van concurrent ‘De Magiër’; vanuit commercieel oogpunt begrijpelijk, maar een redactionele misser. Vermeyden verandert in 1952 wel de ondertitel van zijn vaktijdschrift; ‘Maandblad’ wordt vervangen door ‘Vakblad’, het woord dat ook te vinden is in de ondertitel van de concurrent.

De goochelwereld kent in die jaren nationale- en internationale kampioenschappen en congressen. ‘Triks’ doet daarvan nauwgezet verslag. Het wereldcongres 1955 werd in Amsterdam gehouden, en de al eerder genoemde Fred Kaps—protégé van Vermeyden—werd voor de tweede maal uitgeroepen tot wereldkampioen. Het laatste nummer van ‘Triks verschijnt in het voorjaar van 1974 en het werd dus overleefd door ‘De Magiër’. Al tijdens de voorlaatste 29ste jaargang kampt ‘Triks’ met onregelmatige verschijning, ongenummerde- en inhaalnummers. ‘De koek raakt op’; de 30ste jaargang blijft onvoltooid.

Credits Deze post is gebaseerd op/een bewerking van de tekst: “De Geschiedenissen van ‘Triks’ en ‘De Magiër”, door Wim van Rosmalen. Deze tekst is te vinden op de website a-en-g.nl (link naar ‘Triks‘ en ‘De Magiër‘); nl.wikipedia.org > Fred Kaps

Meer lezen over WOII en vakinformatie?
Lees mijn blog ‘Vakinformatie in oorlogstijd

BIM Media naar B+B Vakmedianet

B+B VakmedianetHet was maar een klein berichtje van Erna Straatsma in het Haarlems Dagblad van 30 juli jl.: “Cobouw en andere titels overgenomen”. Eigenlijk verwachtte ik dat de ‘reguliere’ vakmedia het bericht ook nog wel zouden brengen, en dan misschien in een wat uitgebreider variant. Dat bleek ijdele hoop maar gelukkig staat er wel een lang verhaal op de website van Vakmedianet waarin zowel Ruud Bakker als Audrey Perrin, respectievelijk CEO van Vakmedianet en Sdu Uitgevers—BIM Media is een dochteronderneming van Sdu Uitgevers—de overname toelichten.

BIM Media

BIM Media ontstond in juli 2013 na de verkoop van Sdu Uitgevers aan de Franse juridische uitgeverij Éditions Lefebvre Sarrut (ELS). De Sdu-fondsen waarin de Franse uitgeverij niet geïnteresseerd was, werden ondergebracht in BIM Media (zie mijn blog: BIM Media: hapklare brok, maar voor wie?). In het genoemde blog wordt gesteld dat een verkoop van BIM media in één keer/aan één koper niet realistisch is. In februari 2015 komt daarvan de bevestiging als AutomatiseringGids—één van de parels uit de BIM Media-kroon—verkocht wordt aan de Sijthoff Media Groep. Recent werd Cobouw—een ander BIM-pronkstuk—ingrijpend veranderd: van krant naar weekblad (zie mijn blog: Cobouw wordt weekblad).

De overname betreft de uitgaven: Bouwberichten, Bouwkosten, Cobouw, de Architect, Gawalo, Installatiejournaal, Nederlandse Bouwdocumentatie, Vastgoedmarkt, de Nevi-titel Deal! en een boeken- en eventportfolio. De facto het complete BIM Media. Niet voor niets heet het op de website van Vakmedianet dat ‘de activiteiten van BIM Media worden voortgezet vanuit de vestiging in Alphen aan den Rijn’. De gehele operatie moet voor 1 januari 2017 afgerond zijn.

NVDO lanceert Vakblad Asset Management

Duurzaam Tijdschrift II

CO2Bij het verduurzamen van tijdschriften wordt meestal eerst gekeken naar het papier, de duurzame en circulaire grondstof. Niet verwonderlijk: een tijdschrift is feitelijk niet meer dan een stapeltje bedrukte vellen papier. Verlaging van de hoeveelheid papier is een efficiënte verbeteroptie bij verduurzaming van tijdschriften. Toch vormen uitgevers de spil bij de verduurzaming van uitgeefproducten. Zij beslissen of het product er komt, wie er aan meewerkt en in welke vorm en oplage het verschijnt. Ook bepalen zij welke papiersoort wordt gebruikt.

Het project Duurzaam Tijdschrift II wil de keten verduurzamen door middel van samenwerking. Initiatiefnemers zijn de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de Nederlandse papier- en kartonindustrie (VNP) en Papierenkarton.nl. Zij willen bestaande uitgeefproducten verduurzamen en daarmee uitgevers inspireren om ook zelf aan de slag te gaan met de reductie van hun footprint.

Duurzaam Tijdschrift II bestaat uit twee projecten:

  • het uitgeven van vakblad Petrochem op papier gemaakt van landbouwafval;
  • de gedeeltelijke samenvoeging van de publieksbladen Op Pad en SNP Reismagazine.

Petrochem

Vakmagazine Petrochem krijgt een andere ‘look and feel’. Geen glossy cover maar een iets lichtere, matte uncoated papiersoort met een natuurlijke kleur. De producent, Paperwise, maakt het papier grotendeels met de vezels van suikerrietafval. Door dit ‘afvalpapier’ in te zetten verbetert de overall milieuscore van Petrochem met maar liefst 40 procent! Wordt puur naar CO2-uitstoot gekeken dan blijkt sprake van een 10% lagere Carbon-footprint in vergelijking met de voorlaatste editie van Petrochem. Die werd uitgegeven op FSC-gecertificeerd papier.

ANWB Media

Het tweede project van Duurzaam Tijdschrift II, met ANWB Media, stelt de vraag of de uitgever zijn eindproducten kan verduurzamen door kritisch te kijken naar zijn eigen bijdrage in het productieproces. ANWB Media heeft besloten de redacties van Op Pad en SNP Reismagazine samen te voegen. Doel: kostenreductie en verduurzaming. Vóór het samenvoegen van de redacties verschenen ieder jaar acht edities Op Pad en vier edities SNP Reismagazine. Ná het samenvoegen zullen jaarlijks zes edities Op Pad en zes edities SNP Reismagazine het licht zien. De omvang van Op Pad zal met een aantal pagina’s afnemen. SNP Reismagazine heeft een hogere oplage. Gevolg: verdeeld over 12 edities, jaarlijks circa 45.000 extra tijdschriften zullen worden geproduceerd. Dat betekent meer papier en dus milieu-impact. Maar de samenvoeging van de redacties heeft een positief effect op de emissies van waterverbruik, energieverbruik, reizen naar het buitenland en woon-werkverkeer. Minder FTE’s leidt tot minder vliegtuigkilometers (-30%) en autokilometers (-10%). De klimaatimpact van het uitgeverijbedrijf daalt met één derde, op jaarbasis. Dat heeft gevolgen voor de totale klimaatimpact van Op Pad en SNP Reismagazine samen. De Carbon-footprint van de twee titels blijft ondanks de 45.000 extra tijdschriften gelijk! 

De bijdrage van de uitgever aan de beperking van de klimaatimpact van tijdschriften is dus groot. 45.000 tijdschriften extra met een gelijkblijvende klimaatimpact en een substantiële besparing op de kosten. Duurzaamheid loont!

Links

Duurzaam boek

Duurzaam Tijdschrift I

Volledig artikel

ZTalks Magazine voor ZZP’ers

ZTalks_MagazineZTalks Magazine is een nieuw tijdschrift voor ZZP’ers van uitgeverij ProZZPect—let op de kapitalen. ZTalks magazine claimt “het eerste en meest inspirerende magazine voor zzp’ers in Nederland” te zijn. Het probeert met helder geschreven en praktische artikelen de kleine ondernemer te laten groeien naar een ‘next level’ van ondernemerschap, hem oplossingen te bieden en voordeel te bezorgen. Voor nog geen twintig euro worden jaarlijks vier nummers thuis bezorgd.

ZTalks Magazine komt van de organisatoren van de ZZPTalks, netwerkevenementen voor ZZP’ers. Het concept van deze evenementen is geïnspireerd door TEDx, maar toegespitst op zzp’ers. Succesvolle en prominente ondernemers vertellen op deze bijeenkomsten in begrijpelijke taal in maximaal 15 minuten over uiteenlopende onderwerpen.

Businesspartners

ZTalks magazine heeft—zo staat op de website—een aantal businesspartners, waarschijnlijk dezelfde als die van de ZZPTalks. Op de website plaatsten een aantal van hen artikelen die tot doel hebben hun bedrijven onder de aandacht van de lezers/bezoekers te brengen. ‘Advertorials’ dus, maar dat woord krijg ik alleen met veel moeite uit mijn toetsenbord.

Link

Naar de website waarop ZTalks Magazine te vinden is.

Tijdschrift voor Historische Geografie

Tijdschrift_voor_Historische_GeografieBij Uitgeverij Verloren verscheen het eerste nummer van het Tijdschrift voor Historische Geografie (verder: THG). Het tijdschrift bouwt voort op het Historisch-Geografisch Tijdschrift (verder: HGT) dat in 1983 geïntroduceerd werd door Uitgeverij Matrijs.

Kleine markt, twee vaktijdschriften

Opmerkelijk is dat THG naast HGT zal verschijnen en het niet gezien moet worden als vervanger van HGT. Historische geografie handelt over de nog steeds voortdurende transformatie door menselijk handelen van het oorspronkelijke natuurlandschap. Bijvoorbeeld door het ontstaan van dorpen—die in de loop van de tijd geregeld uitgroeiden tot steden—en de toevoeging aan het natuurlandschap van andere cultuurhistorische elementen. Daarover schrijven zowel HGT als THG.

Op de Wikipedia-pagina van HGT staat onder de kop ‘Concurrentie’ het volgende: “Vanwege meningsverschillen over de opzet en inhoudelijke koers van het tijdschrift, stapte de redactie in oktober 2015 over naar Uitgeverij Verloren, om daar het Tijdschrift voor Historische Geografie te maken …”. Naar verluidt ziet Uitgeverij Matrijs meer toekomst in een populair-wetenschappelijke variant van het tijdschrift, terwijl de redactie wil vasthouden aan een onversneden wetenschappelijke benadering.

Alhoewel de belangstelling voor historische geografie nog steeds schijnt te groeien, is het zeer de vraag of die markt groot genoeg is voor twee vaktijdschriften. “We zullen zien”, antwoordt Thys VerLoren van Themaat, oprichter en directeur van Uitgeverij Verloren, desgevraagd.

Tijdschrift voor Historische Geografie verschijnt in 2016 vier maal.

Cobouw wordt weekblad

Cobouw_weekbladCobouw heeft een lange historie die volgens de eigen Wikipedia-pagina terugvoert naar 1857; daarover verderop meer. Medio maart startte de ‘ombouw’ van het sinds 1961 ‘dagelijks’—vijf dagen per week—verschijnende dagblad, naar een wekelijks tijdschrift. Het einde van de ombouw staat gepland voor 3 juni aanstaande. Tijdens de verbouwing verschijnt de krant nog tweemaal per week, en heeft het weekblad een omvang van 36 pagina’s. Na 3 juni verdwijnt de krant van het toneel en verdubbelt het aantal pagina’s in het magazine. Het bouwnieuws verschijnt voortaan online.

Meer lezenCobouw wordt weekblad

De Zaak wordt online-magazine

De_ZaakDeze maand verscheen het laatste papieren nummer van De Zaak, het magazine voor ondernemers. Het magazine verschijnt voortaan alleen nog online. Het eerste nummer van De Zaak verscheen in december 1991 en de papieren uitgave heeft het daarom 25 jaar volgehouden.

Online

Dit jaar zullen nog zes online edities verschijnen, de volgende in de maand mei. Het online magazine is niet de enige digitale troef van uitgeverij Dutch Network Group: recent werden een app en een geheel vernieuwde website geïntroduceerd.

ING-bank

De Zaak werd lange tijd uitgegeven door Small Business Publishing (SBP), een onderdeel van de ING-bank. In juli 2013 nam Dutch Network Group alle aandelen en activiteiten van SBP over van ING-bank.

Sdu slaat terug:
Advocatie | magazine.nl

Schermafbeelding 2016-04-07 om 15.30.53

Er kon natuurlijk op gewacht worden: een antwoord van Sdu Uitgevers (verder: Sdu) op het vertrek van Advocatenblad naar Boom Juridisch (zie mijn post: “Advocatenblad groeit uit tot platform“). In een post van december vorig jaar (“Advocatenblad: orde op zaken“) hintte ik al naar een reactie van Sdu in de vorm van een concurrerend magazine. Dat is er sinds vorige maand in de vorm van het online Advocatie|magazine.

Veelzijdig

Het is een veelzijdig magazine met juridische updates, waarvan dit jaar nog vijf edities verschijnen. De veelzijdigheid komt niet alleen tot uiting in het groot aantal verschillende artikelen, maar ook doordat de mogelijkheden van online goed benut zijn, zonder daarin ‘door te schieten’. De navigatie is logisch en verdwalen in het magazine lijkt me niet mogelijk.

Natuurlijk staan er ook advertenties in Advocatie|magazine. Die pagina’s zijn gelabeld met de tekst ‘sponsored by …’. Alleen ABN AMRO houdt het bij ‘een plaatje met tekst’. Adverteerder Grant Thornton brengt al iets meer interactiviteit in zijn advertentie omdat er iets te scrollen en aan te klikken valt. Legal Intelligence vertelt zijn verhaal via een YouTube-filmpje. Pels Rijcken laat met een beeldvullende commercial het YouTube-niveau achter zich. Het advocaten en notarissenkantoor nodigt onder de titel ‘De jonge meesters van Pels Rijcken’ derde- en vierdejaars rechtenstudenten uit om deel te nemen aan een driedaagse ‘businesscourse’. Een geweldige manier—en goed uitgevoerd—voor Pels Rijcken om vroegtijdig zicht te krijgen op talent.

De Stand van de Advocatuur

In Advocatie|magazine kom ik ook ‘een oude bekende’ tegen: De Stand van de Advocatuur en het Notariaat, het jaarlijkse trendonderzoek naar grote advocaten- en notariskantoren in Nederland. Dit onderzoek werd ooit bedacht door Pablo van Klinken van het Amsterdamse KSU Uitgeverij (verder: KSU). Het is goed om te merken dat het onderzoek de overname van KSU door Sdu in juli 2010 heeft overleefd, en nu een prominente plaats inneemt in Advocatie|magazine. Wat natuurlijk ook kan, is dat de overname van KSU ingegeven werd door de wens van Sdu ‘De Stand’ te kunnen inlijven.

Hoe het ook zij: de advocatuur en het notariaat hebben er met Advocatie|magazine een prachtig medium bijgekregen.

Elsevier: ‘rare’ open brief van 100

EL-SE-4In de NRC van 18 maart jl. verscheen een soort ‘open brief’ van 100 verontruste Nederlanders. Zij vinden dat RELX Group (verder: Reed Elsevier) niet mag eisen dat Elsevier—het weekblad—zijn naam moet veranderen.

Meer lezenElsevier: ‘rare’ open brief van 100

Advocatenblad groeit uit tot platform

2016 AdvocatenBladHet eerste nummer van Advocatenblad van dit jaar is verschenen. Een bijzonder nummer: het eerste nummer dat Boom Juridisch (verder: Bju) voor de Nederlandse Orde van Advocaten maakt. Het eerste nummer ook van een reeks waarin het Advocatenblad moet uitgroeien naar een platform voor de advocaat. De hoop leeft dat de transformatie in 2018—wanneer Advocatenblad zijn 100-jarig bestaan viert—voor een belangrijk deel gerealiseerd zal zijn. Op zich is het nauwelijks bijzonder dat Advocatenblad moet uitgroeien tot een platform: is er nog een uitgever te vinden bij wie die term niet in de mond bestorven ligt? In gesprek met Wirt Soetenhorst en Steven Nooy, respectievelijk Directeur/uitgever en Manager Commercie van de uitgeverij, wordt snel duidelijk dat voor deze heren ‘platform’ geen term is uit de categorie ‘jeukwoorden’ van NRC-columnist Japke-Doutzen Bouma. Misschien komt dat door de doelgroepen die Bju bedient.

Verslingerd aan papier

Terwijl ik nog nadenk over de verhalen van Soetenhorst en Nooy, verschijnt in Het Financieele Dagblad een bericht over het wel en wee bij Wolters Kluwer, waarin Nancy McKinstry, CEO van Wolters Kluwer, aan het woord komt. De kop van dat artikel is veelzeggend: “Aan papier verslingerde advocaten drukken winstgroei Wolters Kluwer”. Met enig aplomb wordt gezegd dat Wolters Kluwer nog maar 17 procent van de omzet uit papier haalt; de rest komt uit online-uitgaven en -diensten. Zo niet bij de juridische divisie waar nog 41 procent van de omzet uit papieren producten komt. Het artikel gaat verder met: “Volgens McKinstry biedt de juridische uitgeverij daarmee het nodige opwaartse potentieel. Per saldo verschillen de informatiebehoeften van de advocatenkantoren niet van die van andere doelgroepen, die nu al volop digitaal hun professionele informatie verkrijgen.” In het bijschrift bij de foto van de bestuursvoorzitter is te lezen dat zij de ‘achterblijvende’ [aanhalingstekens door mij toegevoegd; ER] juridische divisie niet kwijt wil.

Desondanks wekt het artikel de indruk dat McKinstry advocaten/de juridische divisie als een blok aan Kluwers been ziet omdat deze doelgroepen blijven vasthouden aan papier, dat minder rendeert dan online. Het ‘opwaartse potentieel’ waarover Mc Kinstry spreekt schuilt in het afbouwen van de print uitgaven ten faveure van online.

Bij Boom op bezoek

Misschien moet mevrouw McKinstry toch eens met Bju gaan praten. Dan zal ze horen dat juist de advocatenmarkt een heel bijzondere is, en dat de informatiebehoeften van de advocaten(kantoren) misschien niet anders is dan die van andere doelgroepen, maar de mores wel. Het leuke van het gesprek met Soetenhorst en Nooy is dat zij mij met tal van voorbeelden weten duidelijk te maken dat ‘in beton gegoten’ (online-)strategieën in de juridische-/advocatenmarkt niet werken. ‘Online first’ hoor ik beide heren zeggen, om haast op hetzelfde moment triomfantelijk een nieuw en vuistdik boek over de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) omhoog te houden. “Daar is vraag naar”, is de begeleidende tekst. Dat typeert het gesprek: weten wat er online kan, online als discipline volledig beheersen, maar met een arendsoog op de markt toch, óf ook, iets anders doen. Het online-product van de Wwz is er natuurlijk ook, maar het knappe van de operatie vind ik dat op tijd gezien is dat er ook voldoende markt is voor een papieren boek. Daarvoor is het zaak strategieën flexibel aan te passen om kansen te pakken als zij zich voordoen.

Papier

Sprekend over de juridische markt zegt McKinstry dat die zich kenmerkt door ‘een tragere overgang van print naar digitaal’. Uit de verhalen van Bju begrijp ik dat er tal van vooral kleinere advocatenkantoren zijn waar men nog in ernstige mate papier-minded is en blijft; niks wachten op de ‘overgang’, maar inspelen op hun vraag naar papier.Daarmee valt nog genoeg geld te verdienen, aldus beide heren.

En wat te denken van (gespecialiseerde) advocatenkantoren die zelf uitgeven/publiceren omdat zij inzien dat dat een prachtig vehikel is om nieuwe klanten te werven; het ‘cassatieblog’ van Pels Rijcken wordt genoemd, dat onder advocaten als gezaghebbend wordt gezien—maar er zijn nog veel meer soortgelijke initiatieven. Die advocatenkantoren verliest de uitgeverij als toeleveranciers van (tijdschrift)artikelen want die komen natuurlijk in de eigen media van de advocatenkantoren terecht. Uitgeverijen hebben natuurlijk allang niet meer het alleenrecht op (online) publiceren. Alles wat ‘moderne’ uitgeverijen kunnen, ligt immers ook binnen het bereik van advocatenkantoren. Krampachtig een ‘me too’-product in de markt zetten is niet het antwoord op deze ontwikkelingen. Wél: blijven kijken waar aanvullende of overkoepelende online en papieren media gaatjes kunnen vullen, en daarop inspelen met papieren of elektronische producten. Bju is handig, alert en sensitief; met dat platform voor Advocatenblad gaat het daarom echt wel goed komen.

Claim ‘systeemmedium’ te zijn

SyteembladIn één van mijn vorige posts (RELX: Elsevier? What’s in a name?) schreef ik over het mogelijk verdwijnen van de naam Elsevier uit Elsevier Weekblad (verder: Elsevier). Inmiddels is Elsevier verkocht aan New Skool Media. De nieuwe eigenaar heeft vier jaar de tijd gekregen van RELX om de naam van het weekblad te wijzigen. Ergens las ik dat RELX eventueel nog eens vier jaar uitstel zou willen verlenen. Raar: als het binnen vier jaar niet lukt om een naam te veranderen, lukt dat binnen acht jaar ook niet, lijkt mij.

Systeembank; systeemwarenhuis

Ten tijde van de bankencrisis in 2008 bezwoeren ‘wijze mannen’ ons dat ABN Amro niet failliet mocht gaan omdat het een ‘systeembank’ is. Zonder zo’n systeembank zou de Nederlandse financiële wereld in elkaar storten; dat moest tot elke prijs worden voorkomen; dat begrepen wij. Systeembank: een briljante vondst waarvan de verblindende schittering de nonsens verhult!

Recent kwam ik het systeemwoord weer tegen, ditmaal rond het faillissement van Vroom & Dreesmann: “V&D is een systeemwarenhuis”, hoorde ik iemand zeggen, dat niet gemist kan worden in het winkelhart van de gemiddelde provinciestad. Goed geprobeerd, maar ‘wij’ laten V&D gewoon failliet gaan; eventueel mag het een doorstart maken. Misschien komt dat omdat we inmiddels weten wat het redden van onze systeembank gekost heeft; jammer voor V&D, en triest voor de mensen die daar werken.

Ik wil hier graag het woord systeemmedium munten, zoals dat heet, en zal uitleggen wat ik daarmee bedoel.

Systeemmedium

Na mijn vorige post over Elsevier, ruimde ik mijn notities en onderliggende documenten op. In het in die post aangehaalde artikel van Haro Kraak in de Volkskrant van 12 december 2015 viel mijn oog op een passage waarin het ‘rechtse’ en liberale karakter van Elsevier werd beschreven. Op dat moment realiseerde ik mij dat het eventueel verdwijnen van Elsevier een gat zou slaan in die rechtse en liberale berichtgeving in ons land. Dat aspect kwam niet aan de orde in mijn eerdere post. Naast Elsevier zijn er weindig andere tijdschriften met een gelijke signatuur. Natuurlijk is er de krant voor het ‘wakkere’ deel van de natie; maar het gaat in dit blog om (vak)tijdschriften. Anderzijds laten mijn rechtse vrienden in het debat geen mogelijkheid onbenut om de publieke omroep als verfoeilijk links bolwerk af te schilderen. Daar kan dus nauwelijks voldoende tegenwicht aan geboden worden.

Elsevier zou zich daarom—in tegenstelling tot ABN Amro en V&D—naar mijn idee wèl mogen hullen met de term ‘systeem’ zoals in systeemmedium. Het vervult een cruciale- en substantiële rol in het ventileren van het rechtse en liberale gedachtegoed. Misschien is dit een waardevolle tip voor hoofdredacteur Arendo Joustra.

Veel redacties van vaktijdschriften claimen ‘onafhankelijk’ te zijn. Dat is mooi en moet vooral zo blijven, maar spreekt in dit communicatietijdperk nauwelijks nog aan. Het magische systeemmedium daarentegen, doet dat wel, vermoed ik. Het mooist is het als u het begrip werkelijk een lading kunt geven. In dat verband bent u spekkoper als uw vaktijdschrift tevens het officiële orgaan is van een in uw branche belangrijke organisatie. Is dat niet het geval dan kunt u mogelijk verwijzen naar uw—bij voorkeur gecertificeerde—oplagecijfers; of naar uw auteurs; of naar de staat van dienst van uw vaktijdschrift: sinds … . ’t Zal niet voor ieder vaktijdschrift werken, maar is op z’n minst het proberen waard: claim systeemmedium voor uw branche te zijn. Succes!

2015: het jaar van de omvangrijke overnames

PredatorTraditiegetrouw een opsomming van de veranderingen die zich in het vorige jaar hebben voorgedaan in het landschap van vaktijdschriften en de uitgeverijen daarachter. Het onderstaande overzicht heeft niet de pretentie compleet te zijn. Ik houd me aanbevolen voor aanvullingen.

Het jaar 2015 kenmerkt zich door een aantal omvangrijke overnames. B+B Vakmedianet groeit daarmee uit tot één van de grootste vakuitgeverijen. Een andere ‘grootgroeier’—Eisma—bewijst dat groei niet onbeperkt door kan gaan; Eisma Business Media verkoopt een pakket titels, en Eisma Industrial Media gaat—begin van dit jaar—failliet. Reed Business gaat verder met het uithuis plaatsen van zijn vaktijdschriften.

Meer lezen2015: het jaar van de omvangrijke overnames

Auteursrechtgids voor de Nederlandse praktijk geheel vernieuwd

Cover_Auteursrechtgids
onder andere de invoering op 1 juli 2015 van de Wet auteurscontractenrecht maakte een herziening van de auteursrechtgids uit 2005 noodzakelijk

Wat wordt beschermd door het auteursrecht? Wat zijn de naburige rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten en omroepen? Wie heeft het auteursrecht en over welke rechten kan de auteur beschikken? Wat zijn de wettelijke regels voor het contract tussen een maker en een exploitant? Wat zijn de valkuilen bij een exploitatieovereenkomst? Wat wordt waar collectief geregeld en hoe gaat dat in zijn werk? Een selectie van vragen die worden beantwoord in de recent verschenen ‘Auteursrechtgids voor de Nederlandse praktijk’ van auteur Michel Frequin. De gids is voor de praktijk geschreven, ook toegankelijk voor de juridische leek en een handig hulpmiddel in de gecompliceerde wereld van het auteursrecht.

Herziening auteursrechtgids 2005

Al in 1999 schreef Michel Frequin samen met professor Hendrik Vanhees de ‘Auteursrechtgids voor Nederland en België’. In 2005 verscheen de ‘Auteursrechtgids voor de Nederlandse praktijk’. Michel Frequin is bedrijfsjurist. Hij werkte als beleidsadviseur in de uitgeverijbranche (Nederlands Uitgeversverbond en Elsevier) en als directeur van een collectieve beheersorganisatie. Momenteel is hij directeur van de branchevereniging voor collectieve beheersorganisaties (VOI©E). In 2015 bleek  zijn auteursrechtgids uit 2005 aan herziening toe. Natuurlijk door de digitale ontwikkelingen die van grote invloed zijn op het auteursrecht. Maar er was meer veranderd. Op 1 juli 2015 werd de Wet auteurscontractenrecht in Nederland ingevoerd, een belangrijke aanpassing van de Auteurswet. Deze wet beoogt de versterking van de positie van de auteur en de uitvoerende kunstenaar bij overeenkomsten die betrekking hebben op auteursrechten en naburige rechten. De wet heeft bijvoorbeeld ingrijpende gevolgen voor de relatie van een auteur met zijn uitgever. Ook nationale en Europese jurisprudentie vroegen om een volledig nieuwe auteursrechtgids.

Auteursrechtgids + website

Frequin heeft daar gedurende 2015 aan gewerkt. Aan de opzet van de auteursrechtgids heeft hij in de 2015-versie niet veel gewijzigd. Het boek is een echte praktijkgids met voorbeelden, checklists, bouwstenen voor een exploitatiecontract, voorbeeldbepalingen en praktische tips voor het opstellen van een overeenkomst. Het boek is bedoeld om de lezer wegwijs te maken in het Nederlandse auteursrecht en naburig recht. Anders dan eerdere versies is nu een website aan de gids gekoppeld, waar de lezer de actuele ontwikkelingen kan volgen. De gids is geschreven voor iedereen die professioneel te maken heeft met auteursrecht en naburige rechten: makers, uitvoerend kunstenaars, uitgevers en/of producenten, ondernemers die gebruik maken van auteursrechtelijk beschermde werken, advocaten, ambtenaren en volksvertegenwoordigers.

Voor uitgevers is het boek een must-have. Voor € 39,95 zijn zij weer up-to-date en krijgen ze een begrijpelijke set handvatten voor het maken van contracten en beleid. Sterke eigenschappen van het boek zijn de praktische insteek en heldere taal. De bestelcode van het boek bij Sdu Uitgevers is: 9789012396707.

Erik Timmermans
directeur Informatiecentrum Papier en Karton

RELX: Elsevier?
What’s in a name?

My Ideas - 22Het volgende is een fragment uit ‘125 jaar Misset’ een jubileumuitgave uit 1998 ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van (Uitgeversmaatschappij C.) Misset.

“De fusie met Bonaventura had tot gevolg dat Misset opging in de nieuwe combinatie Elsevier bedrijfsinformatie. […] Veel bedroefde reacties kwamen daar niet op. Toch kon oud-algemeen directeur Voors het niet laten om zijn ongenoegen te uiten: “Ik vind het onbegrijpelijk dat Misset als sterk merk is ingeruild voor een ander merk. Misset was toch een keurmerk dat stond voor degelijke en betrouwbare informatie.” Directeur Haank reageerde er nuchterder op: “We leveren een sterk merk in voor een nog sterker merk.”

Het sterke merk ‘Elsevier bedrijfsinformatie’, op zijn beurt, werd later (2001) ingewisseld voor ‘Reed Business’ al dan niet met de toevoeging ‘Information’. ‘Degelijk’ en ‘betrouwbaar’ passen nog steeds bij de informatieproducten die in Doetinchem en elders binnen RELX—de nieuwe naam van Reed Elsevier—gemaakt worden. Maar de écht leidende begrippen hebben al een aantal decennia vooral te maken met winstgevendheid, aandeelhouders en beurskoers.

Meer lezenRELX: Elsevier?
What’s in a name?