Falende overheid

’t Was de bedoeling dat hieronder een compleet overzicht zou staan met wat er fout gaat bij de overheid. ’t Overzicht is helaas niet ‘compleet’ te maken, omdat er nog dagelijks nieuwe ‘affaires’ bijkomen—van recente datum, maar ook met een kiem in het verleden. Bovendien: wanneer is iets fout gegaan? Is dat als onomstotelijk vaststaat—met cijfers onderbouwd—dat ’t fout gegaan is, of ook al als ’t vermoeden bestaat dat ’t fout zal eindigen?

Vaccinatie tegen Corona

Een voorbeeld van de laatste categorie vormen de maatregelen tegen de Corona-pandemie, en meer in ’t bijzonder de planning en uitvoering van ’t vaccinatieprogramma. Op papier—en gepresenteerd door de minister—moet eind juni iedereen gevaccineerd zijn. ’t Ziet er nu naar uit dat die datum niet gehaald gaat worden. 

Algoritmes

Het gebruik van algoritmes behoort misschien ook tot deze categorie fouten. Alhoewel ’t besef steeds verder doordringt dat in ’t verleden teveel vertrouwd is op dit ‘wondermiddel’ (zie ’t toeslagenschandaal), is ’t nog niet eenvoudig met ’t gebruik ervan te stoppen. Etnisch profileren zit in veel algoritmes ingebakken; vooral als de algoritmes door leden van de grootste etnische groep in een samenleving geschreven zijn—in Nederland zijn dat witte mensen.

Papieren tijgers

In de voorbeelden hieronder valt op dat ’t niet ontbreekt aan ‘controleurs’, maar dat dat in veel gevallen vooral ‘papieren tijgers’ zijn. Het barst in dit mooie land van ‘autoriteiten’, maar voorzitter Aleid Wolfsen van de Autoriteit Persoonsgegevens merkt ‘op camera’ op dat zijn dienst eigenlijk de telefoon moet opnemen met: “Er zijn nog tienduizend wachtenden voor u.” De organisatie is, tot groot verdriet van Wolfsen, volkomen onderbezet; (willens en wetens?) een papieren tijger.

Het meest schrijnende voorbeeld is waarschijnlijk onze Tweede Kamer die de ‘volksvertegenwoordiging’ heet te zijn. Ik krijg de indruk dat de dames en heren eerder hun politieke partij ‘uit de wind houden’, dan ’t volk te vertegenwoordigen. Met Renske Leijten en Pieter Omtzigt als uitzonderingen die de regel bevestigen?

Schrijnende zaken

De gaswinning door de NAM heeft Nederland veel voordelen gebracht, maar de Groningers ook veel ellende. Al in 1963 (!) werd voor de negatieve effecten van ’t onttrekken van gas aan de Groningse bodem gewaarschuwd. Ook in de jaren tachtig waren zulke waarschuwingen te horen. In die vroege jaren was ’t voor ‘instanties’, zoals de NAM, nog eenvoudig om die geluiden en de vertolkers daarvan te negeren. Inmiddels weten we dat de klokkenluiders van toen niet ‘zwak begaafd’ waren, zoals ’t volk toen werd voorgehouden.

Geen geld

Dan zijn er nog de affaires/schandalen waarin ’t falen van de overheid is vastgesteld. Nogmaals het toeslagenschandaal dat ’t leven ca. 30 000 mensen verwoestte. Staatssecretaris Van Huffelen heeft beloofd dat voor de zomer alle getroffen ouders gecompenseerd zullen zijn. Dat valt nog te bezien, alhoewel haar voor dit moment ’t voordeel van de twijfel gegund moet worden. ‘Gecompenseerd’ wil zeggen dat de getroffenen een eerste tegemoetkoming van 30 000 euro ontvangen zullen hebben. Veel gedupeerden zullen echter recht blijken te hebben op meer dan deze eerste tegemoetkoming. Ik ben bang dat zij nog heel veel geduld zullen moeten hebben.

Vergelijkbaar daarmee is de al eerder genoemde compensatie voor de beschadiging van huizen in ’t Groningse gaswinningsgebied. De eigenaren hebben gelijk gekregen, maar wachten nog steeds op geld, om hun huizen te herstellen. Er is geen enkel zicht op wanneer de compensatiegelden op de rekeningen van de gedupeerden zullen staan.

En wat te denken van de gedupeerden van ’t Ridderhof-drama uit 2011 in Alphen aan den Rijn. Dader Tristan van der Vlis doodt zes willekeurige bezoekers van ’t winkelcentrum en verwondt er zestien. Daarna schiet hij zichzelf dood. Van der Vlis had ten onrechte een wapenverlof, zo blijkt, verstrekt door de politie. Op 20 september 2019—ruim acht jaar na ‘t drama—beslist de Hoge Raad dat de politie aansprakelijk is voor ‘t schietdrama. De politie moet schade vergoeden aan gedupeerden, nabestaanden, winkeliers en ooggetuigen. Winkeliers raakten in financiële problemen door de gevolgen van de schietpartij, en sommigen gingen zelfs failliet. Na het voorgaande zal het niet verbazen dat zij nog steeds wachten op de eerste euro.

Het patroon is hetzelfde: de overheid wordt veroordeeld door de rechter tot betaling van de veroorzaakte schade, maar doet vervolgens niets!

Ander leed

Hiervoor heb ik ’t nog niet gehad over de planning-en budgetoverschrijdingen van grote infrastructurele projecten. Projecten van ’t type ’Noord-Zuid-lijn’ in Amsterdam. De modus operandi is (onwaarschijnlijk) laag offreren, en na afloop de storm van kritiek trotseren. Soms, maar lang niet altijd, moet er een offer gebracht worden; ‘so what’.

Print Friendly, PDF & Email

MEER TRIKS VOOR GOOCHELAARS

— gerelateerde posts:

Print Friendly, PDF & Email
16

200 jaar betrouwbare informatie

Enkele dagen geleden wilde ik een artikel lezen op de website nrc.nl. Voordat ik daaraan kon beginnen, werd ik geconfronteerd met ongevraagde ‘eigen publiciteit’: “Juist nu is betrouwbare informatie van cruciaal belang. NRC levert die al bijna 200 jaar”, lees ik.

Opvallend, vind ik het. Zo vaak komt het niet voor dat media de eigen historie belichten; misschien wel uit goed begrepen eigenbelang. 

Natuurlijk onderschrijf ik de stelling rond ‘betrouwbare informatie’. Ik ben zelfs geneigd de daaropvolgende claim—NRC levert die al bijna 200 jaar—als ‘waar’ te bestempelen. Toch stelt, direct na het lezen van de claim, een stemmetje in mij fluisterend de vraag: “Is dat zo?”.

Op de golven van het opkomend liberalisme

Ik heb nog niet meegemaakt dat NRC onbetrouwbare informatie leverde, maar het gaat mij meer om de verbinding tussen verleden en heden die wringt. De samenleving anno 1844—het oprichtingsjaar van de Nieuwe Rotterdamsche Courant (verder: ‘NRC’)—is onvergelijkbaar met die van het heden. ‘Nepnieuws’—de tegenhanger van betrouwbare informatie—bestond in de vroege jaren van de NRC niet. ‘Roddel’ bleef beperkt tot het mondelinge circuit, zoals de andere benaming daarvoor, ‘achterklap’, treffend aangeeft, en bereikte de gedrukte kolommen van dagbladen niet. Een courant maken was in die tijd een risicovolle en kostbare onderneming; meer nog dan nu.

Toch trekt Henricus Nijgh (1815—1895) in 1843 de stoute schoenen aan, en zijn voorstel voor het uitgeven van een courant, komt bij de Rotterdamse Kamer van Koophandel terecht. De beslissing van de KvK was niet wat Nijgh ervan verwachtte: “… zoo’n krant was niet noodig, z00’n krant zou voor de menschen van den handel maar een hinderlijke dwarskijkster en betweetster zijn en het moest dus maar niet”, meldde de KvK.

Via een omweg komt de NRC, najaar 1844, toch van de grond. Tegelijkertijd wint ook het liberale gedachtengoed terrein: “Wij hebben dus hier het oogenblik op heeterdaad betrapt, waarop het ontwakende liberalisme—en liberaal te zijn was in dien tijd in de oogen der regeering geen aanbeveling en bij velen was ‘oppositie voeren’ op welke deugdelijke gronden ook, synoniem met ‘rust verstoren’—dat zich politiek ging organiseeren en de Nieuwe Rotterdamsche elkaar vonden”. Stel je voor dat anno 2020 blijkt dat de VVD (één van) de geldschieter van NRC zou zijn! Daarom haast men zich te stellen: “Maar men behoeft de hoofdartikelen van Mr. Tels maar in te zien, om te leeren, dat deze als hoofdredacteur nooit eigen vrijheid tegenover geldschieters van de krant heeft prijs gegeven. Hij diende en bleef dienen de courant en de liberale beginselen en heeft geen handlangersdiensten voor welke partij ook verricht”.

De voorgaande historische passages zijn van de hand van de journalist W.H.R. van Manen, die ze neerschreef in het Rotterdams Jaarboekje van 1944, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de NRC. Zijn artikel ‘Toen de Nieuwe Rotterdamsche Courant werd opgericht’, is ietwat anekdotisch van aard. Niet zo vreemd natuurlijk; het is een goede gewoonte op een verjaarspartijtje, de jubilaris niet ‘tot aan de enkels toe af te branden’.

Daarvan heeft de wetenschapper K.-J. Dijkstra geen last. In zijn ‘Verborgen verhoudingen’, gepubliceerd in het jaarboek 1998 van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) is hij glashelder: in het algemeen—dus niet alleen sprekend over de liberale politieke stroming—stelt hij dat politiek en journalistiek in de negentiende en twintigste eeuw ernstig verstrengeld raakten. Het zou, zo schrijft hij, tot de jaren zestig (van de twintigste eeuw) duren voordat de journalistiek zich zou ontworstelen uit deze relatie.

Over de door Van Manen genoemde advocaat/hoofdredacteur Tels meldt Dijkstra dat hij op zeer goede voet stond met de liberale voorman Thorbecke. Thorbecke maakte daarvan graag gebruik om de strekking van de hoofdredactionele artikelen in NRC te beïnvloeden.

Algemeen Handelsblad

Het Algemeen Handelsblad, waarmee NRC op 1 oktober 1970 fuseert, doet het helaas niet beter. Dijkstra noemt, onder vele anderen, Handelsblad hoofdredacteur Von Balluseck die er, eind veertiger jaren, ‘geen been’ in zag zijn hoofdredacteurschap te combineren met het adviseurschap van de liberaal Stikker (de eerste partijvoorzitter van de VVD), destijds minister van Buitenlandse Zaken. Von Balluseck had zelfs een eigen kamer op het ministerie! “Geheimhouding van politieke banden leek, meer dan in confessionele en socialistische kringen, gebruik bij de liberalen”, schrijft Dijkstra.

Fusiepartner Algemeen Handelsblad stamt uit 1828, en bestaat dus bijna tweehonderd jaar.

Waarom

Na het schrijven van deze ‘post’ dringt bij mij de vraag zich op waarom NRC het nodig vindt anno 2020 te verwijzen naar een, in journalistieke zin, niet geheel zuiver verleden; wanneer/waar gaat ‘gekleurde’ informatie over in onbetrouwbare informatie. Ik vind het ook van weinig historisch besef getuigen: ik schreef al dat Nederland anno 1844 in geen enkel opzicht te vergelijken is met het nu. Het lijkt me ook onnodig: ik kan mij niet voorstellen dat er iemand in het land is, die denkt dat NRC onbetrouwbare informatie verstrekt. Met de claim overspeelt NRC, naar mijn gevoel, zijn kansrijke hand en dat is jammer.

Ik raad u van harte aan de door mij gebruikte artikelen van Van Manen en Dijkstra te lezen. De links staan hieronder.

— credits/meer informatie

Print Friendly, PDF & Email
16