‘Greenwashing’ gemeente Amsterdam
strijdig met Reclame Code

KIZcartoon

Laat ik beginnen met het volgende.
Een verspreide folder die ongelezen bij het oudpapier belandt, is voor niets gemaakt. Ook al is die folder grondstof voor een nieuwe folder, er is onnodig materiaal en energie voor gebruikt. Dat is zonde, niet duurzaam, en moet worden voorkomen.

Het beleid dat sinds 1 januari voor de reclamefolder geldt in Amsterdam, wil de stroom aan reclame in de brievenbus indammen. Volgens Milieu Centraal krijgen huishoudens gemiddeld 35 folders per week in hun brievenbus. Dat betekent 36 kilo reclamedrukwerk per jaar. De gemeente Amsterdam heeft een opt-in systeem ingevoerd voor folders. Om te profiteren van kortingen of aanbiedingen moeten burgers per 1 januari 2018 een JA/JA- sticker op hun brievenbus plakken, of persoonsgebonden informatie gaan delen met winkels dan wel internetexploitanten. Volgens de gemeente Amsterdam is de maatregel goed voor het milieu en gaat de stad er maar liefst 6000 bomen mee besparen. Burgers kunnen volgens de gemeente beter via modernere media hun informatie vergaren.
Klopt dit? Is de maatregel rechtmatig (tot stand gekomen)? En gaat deze niet voorbij aan de beoogde doelen?

Strijd met het recht

De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is afkomstig van de Partij van de Dieren (PvdD). Het KVGO en MailDB zijn er een juridische procedure tegen gestart. Insteek: het invoeren van de JA|JA- sticker heeft onzorgvuldig plaatsgevonden, het is niet aan de gemeente zo’n regel in te voeren en de belangen van winkeliers en de branche zijn geschaad met de invoering. Daarbij is het opt-in systeem gebaseerd op onjuiste en niet bewezen milieuclaims. In een artikel in Adformatie gaat Frans Blanchard nog een stap verder. Het opt-in systeem van Amsterdam schendt de vrijheid van nieuwsgaring en de privacy van burgers. Inperking van die rechten is alleen toegestaan bij wet en moet te rechtvaardigen en evenredig zijn in relatie tot het doel dat wordt nagestreefd. In casu is dat een milieudoel: tegengaan van verspilling. Maar wat is verspilling? Interessant gegeven: het APV-voorstel is afkomstig van Johnas van Lammeren, fractievoorzitter van de PvdD. Van Lammeren werkt tevens voor het bedrijf DTG dat digitale marketinginitiatieven ontwikkelt voor bedrijven. Voor apostelen van digitaal communiceren is print al gauw verspilling. Dertig procent van de retailomzet is echter afhankelijk van de folder. Uit de meest recente NOM-cijfers blijkt hoe effectief de folder is. Verspilling? Nota Bene.
Al jaren functioneert een systeem van zelfregulering (NEE/NEE en NEE/JA-sticker). Het wordt door de hele keten omarmt en de burger maakt er gebruik van. In Amsterdam had bijna 50 procent van de inwoners een Nee/Nee dan wel Nee/Ja-sticker op de bus. Dat betekent dat er bijna 50 procent minder folders werden gemaakt.

Greenwashing; milieuclaim niet onderbouwd

Het klein en grootwinkelbedrijf kan door de maatregel moeilijker producten aan de man brengen. De APV bevoordeelt bepaalde media zoals internet platforms waar folders kunnen worden geraadpleegd en huis-aan-huisbladen (met een minimum percentage redactionele inhoud). Met de nieuwe sticker zouden Amsterdammers meehelpen 6000 bomen te besparen. De gemeente gebruikte die claim opnieuw in de communicatie richting burger over de invoering van het nieuwe beleid. Dat de claim niet onderbouwd is en dus niet meer moet worden gebruikt stelde de Reclame Code Commissie (RCC) vast na een klacht van een burger. Een onafhankelijke instantie legt daarmee de misleidende uitingen van de gemeente bloot. Folders zijn grotendeels gemaakt van oudpapier. Welke boom wordt daarvoor geoogst? Daarnaast groeit het Europese bos mede door de duurzaam beheerde bossen van de papierindustrie. De gemeente kreeg de gelegenheid in beroep te gaan tegen de uitspraak van de RCC, maar deed dat niet. Logisch, de bomenclaim is een niet te onderbouwen vorm van greenwashing. Marianne Zwagerman noemde de gemeenteclaim in haar column op BNR een aperte leugen.
De gemeente Amsterdam heeft het zich lastig gemaakt. Een streng en doortastend milieubeleid is goed, maar moet eerlijk, effectief, transparant en structureel zijn. Landelijk kent Nederland een geweldig recyclingpercentage van 85 procent. Amsterdam komt slechts op 38 procent. De stad verbrandt zijn afval liever: niet erg duurzaam. Op punten waar de stad echt het verschil kan maken, zoals Schiphol en de haven, blijft het opvallend stil. En de milieu-impact van internet is blijkbaar geen issue. De APV lijkt dan ook symboolpolitiek. Nieuwkomer PvdD heeft met hulp van de Raad zijn eerste punt gescoord.

Effect, huis-aan-huis blad

Zoals te verwachten viel, leidt de APV tot nieuwe initiatieven en alternatieven. Zo krijgt Amsterdam een nieuw wekelijks huis-aan-huis blad: City, een magazine-achtige krant met onafhankelijke journalistieke informatie. De krant wordt mogelijk gemaakt door retailpartners als Blokker, Kruidvat, Dirk van den Broek en Seats and Sofas. City wordt wekelijks bezorgd bij 318.000 Amsterdamse huishoudens en heeft een omvang van 48 pagina’s. 90 procent daarvan bestaat uit advertenties. Daarmee komen de gedrukte reclameboodschappen bij veel meer burgers binnen dan voorheen. Huis-aan-huis bladen vallen net als printreclame van politieke partijen buiten het nieuwe systeem. Het werkelijke effect van de APV zou dan ook wel eens vies kunnen tegenvallen. Besturen is vooruitzien. Zeker Van Lammeren had deze tegenbeweging op de APV kunnen verwachten. Hij meldde deze week dat, met het oog op City, de APV wellicht moet worden aangescherpt. En dan heeft de rechter nog niet eens gesproken …

Erik Timmermans
directeur Informatiecentrum Papier en Karton

gerelateerde post

Uitgeverij De Tijdstroom
fuseert met Boom Uitgevers

Update ‘Boom uitgevers 175 jaar’, uit mei 2017

Boom uitgevers (verder: Boom) werd groot met wat tegenwoordig ‘nieuwsmedia’ heet. Vanuit Meppel groeide het bedrijf uit tot een lokaal georiënteerd—de noordelijke provincies en Flevoland—druk- en uitgeefimperium. Eind juni 2017 werd bekend dat Boom zijn regionale nieuwsmedia verkoopt aan de NDC mediagroep, onder andere de uitgeverij van het Dagblad van het Noorden. Het laat zich raden dat deze stap Mas Boom, holdingdirecteur van Koninklijke Boom uitgevers, nachtrust heeft gekost. Boom trekt zich met deze verkoop terug op zijn (landelijke) professionele uitgeefactiviteiten, verdeeld over Boom uitgevers Amsterdam en Boom uitgevers Den Haag.

Voor deze post is intensief geput uit ‘Wat een uitgever beweegt … De Tijdstroom 1921-1996’1, het jubileumboek dat in 1996 verscheen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de uitgeverij.

Overname De Tijdstroom

de jubileumboeken van Boom en De Tijdstroom

Met de overname van De Tijdstroom, verwerft Boom een multimediale uitgeverij. Met ‘apps’, tijdschriften, boeken, congressen en websites, bedient De Tijdstroom de professional in de gezondheidszorg, en de daarmee samenhangende opleidingen.

In deze post, in grove streken, een schets van het ontstaan van het door Boom begeerde De Tijdstroom, en welke overnames en gebeurtenissen daarbij van belang waren.

Meer lezenUitgeverij De Tijdstroomfuseert met Boom Uitgevers

“Photoshop maakt de wetenschap kapot”

Een afbeelding van onderzoekuitkomsten is eenvoudig te manipuleren met Photoshop

Deze kop prijkte begin maart jl. boven een artikel in de Belgische krant De Standaard. Als ik de ‘baas’ bij Adobe was—de producent van Photoshop—zou ik direct gereageerd hebben: software maakt niets stuk; de gebruikers, mensen die het misbruiken, misschien wel. Dat blijkt ook hier het geval.

Meer lezen“Photoshop maakt de wetenschap kapot”

2017: een rustig jaar

zelfs in het verre Bali veranderde het landschap gelukkig niet door de uitbarsting van de Gunung Agung

Het logboek dat ik bijhoud van veranderingen in het landschap van vakuitgeverijen en vaktijdschriften, telt inmiddels zo’n 250 pagina’s A5, exclusief het register. De gebeurtenissen in het jaar dat nu net achter ons ligt, vullen daarvan slechts twee pagina’s. De ‘oogst’ was de afgelopen jaren niet eerder zo mager; vandaar de titel boven deze post. Daarmee wil niet gezegd zijn dat er niets gebeurd is, en niet ontkend worden dat die gebeurtenissen invloed gehad hebben op mensen en organisaties. Hieronder een overzicht.

Overnames en faillissementen

Meer lezen2017: een rustig jaar

Recht op papieren communicatie in regeerakkoord

De overheid digitaliseert. Dat is een gegeven. Overheidscommunicatie die nu nog fysiek plaatsvindt, moet in de toekomst ook digitaal kunnen: veilig, snel en goedkoop. De elektronische dienstverlening via mijnoverheid.nl wordt verbeterd. De dienstverlening wordt meer servicegericht, er komt een machtigingsfunctie en mijnoverheid.nl wordt in staat gesteld om pushberichten te versturen om proactief te waarschuwen. Mensen die niet elektronisch kunnen communiceren moeten dat ook op een andere manier kunnen blijven doen. Daarom blijft er een keuzemogelijkheid om per post met de overheid te communiceren. Een en ander valt te lezen in het regeerakkoord dat op 10 oktober jl. is gepresenteerd. De burger behoudt dus een keuze.

Die bepaling sluit aan bij de aanmerkingen op het functioneren van de overheidscommunicatie en de toenemende digitalisering daarvan. Vorig jaar barstte een storm van kritiek los toen de overheid aankondigde de blauwe belastingenveloppe af te gaan schaffen. Alle burgers en bedrijven zouden voortaan via een digitale berichtenbox van de Belastingdienst op de hoogte worden gebracht van belangrijke informatie. De Consumentenbond en Ouderenbond KBO trokken aan de bel: als diensten alleen nog maar via internet en e-mail aangeboden worden zou 47% van de digivaardige senioren in de problemen komen. Dit komt bovenop de 1,2 miljoen senioren die nog helemaal geen gebruik maken van internet.

De Nationale Ombudsman deed er recentelijk nog een schepje bovenop. Dit naar aanleiding van het gebrekkige functioneren van de berichtenbox MijnOverheid.nl. De Nationale Ombudsman ontvangt steeds meer klachten over overheidsinstanties waarbij digitale verzending van berichten een rol speelt. Dit gaat om mensen die niet op die manier met de overheid kunnen communiceren en dreigen te worden uitgesloten van overheidsvoorzieningen. Post van bijvoorbeeld het UWV of de gemeente wordt gemist met alle nadelige gevolgen van dien: hoge boetes of ambtshalve verhogingen van kosten. Samen met omroep Max werd een onderzoek ingesteld. Een meldpunt werd geopend. Daar kwamen vele honderden klachten binnen. Volgens de Ombudsman mag de overheid er niet zonder meer van uitgaan dat het creëren van een digitale omgeving hetzelfde is als het 1 op1 digitaliseren van de papieren wereld. In het rapport Hoezo mijn overheid kraakt de Ombudsman het dwingende digitaliseringsbeleid van de overheid. Hij doet ook aanbevelingen. De overheid moet de behoeften, kennis en vaardigheden van burgers als uitgangspunt te nemen van haar communicatie(beleid). Van alle burgers, van jong tot oud, van hoogopgeleid tot laaggeletterd. De Ombudsman is van mening dat het verzenden van digitale post naar de Berichtenbox en het verder maar aan de burger laten om zijn digitale brievenbus continu in de gaten te houden, de omgekeerde wereld is. MijnOverheid is nog lang niet van alle burgers. De meerderheid van de burgers heeft het account medio 2017 nog niet geactiveerd.

Regelgeving en communicatie vanuit de verschillende overheidsorganisaties leggen druk op burgers om het MijnOverheid-account te activeren en de Berichtenbox in gebruik te nemen. Ook krijgt de ombudsman signalen dat mensen onbedoeld het account activeren en/of post in de Berichtenbox ontvangen van instanties terwijl zij daar niet bewust voor kiezen. Een oorzaak van het missen van berichten is het niet koppelen van een e-mailadres aan het account van MijnOverheid. Ook komt voor dat een gekoppeld e-mailadres niet langer in gebruik is. Daarnaast melden mensen dat het bericht weliswaar is ontvangen, maar het bericht onvoldoende opviel of vergeten is. Eén op de vijf mensen logt minstens een jaar lang niet in. Daarnaast ontvangt de Nationale Ombudsman regelmatig signalen van mensen die graag gebruik willen maken van MijnOverheid, maar die mogelijkheid niet hebben. Denk aan professionele dienstverleners (zoals bewindvoerders en curatoren). Zij missen een machtigingsvoorziening op MijnOverheid om zaken van cliënten digitaal te kunnen behartigen.

Dit alles sluit ook weer aan bij het recent verschenen rapport van de Wetenschappelijk Raad voor Regeringsbeleid: Weten is nog geen doen. Er zijn grote verschillen tussen burgers in kennis maar ook in doen. Iedereen over een kam scheren is geen goede zaak. Maatwerk en persoonlijk contact zijn belangrijk. De Nationale Ombudsman geeft dan ook aan:

  • monitor of geactiveerde accounts langere tijd niet worden bezocht terwijl er nieuwe berichten in staan;
  • zorg ervoor dat een account alleen via de activeringsknop geactiveerd kan worden;
  • benader alle mensen die een account geactiveerd hebben maar geen e-mailadres hebben gekoppeld, per brief en zorg dat professionele dienstverleners namens hun klanten digitaal met de overheid kunnen communiceren.

Werk aan de winkel voor de overheid. Voorlopig zijn er nog veel mensen die allereerst niet met digitale informatie uit de voeten kunnen, maar daarnaast ook graag per post worden geïnformeerd over belangrijke zaken. Wat Papierenkarton.nl betreft is de toezegging van de komende regering een goede stap. Echter, de keuzemogelijkheid om per post te communiceren dient niet alleen afhankelijk te zijn van het niet elektronisch kunnen communiceren maar evengoed van het niet elektronisch willen communiceren. De ontvanger moet zelf kunnen beslissen op welke wijze hij de informatie ontvangt. Zeker als het gaat om belangrijke overheidsinformatie.

Erik Timmermans
directeur Papier en Karton

100 jaar VEA
Brancheorganisatie Reclamebureaus

Het VEA-logoIn 1917 werd de Vereniging voor Erkende Advertentiebureaux opgericht. Tegenwoordig genaamd de ‘vereniging van de toonaangevende communicatie adviesbureaus in Nederland’. Honderd jaar; een mooie aanleiding om mijn post over de reclamevaktijdschriften af te maken en te publiceren. Interessante informatie daarover zoekend, stuitte ik op new-trendwatching.blogspot.nl, waarop ik zowaar een post vond over de veranderende rol van ‘communicatie’; reclame. Ik heb geprobeerd de auteur van de post te achterhalen, maar dat is tot nu toe niet gelukt.

Meer lezen100 jaar VEA
Brancheorganisatie Reclamebureaus

Peer review reviewed

De eerste editie van het wetenschappelijke tijdschrift ‘Nature’ van 4 november 1869

Een paar weken terug kwam ik in Trouw een tweetal artikelen van Dirk Waterval tegen over wetenschappelijke publicaties. ‘Controle van wetenschappelijke publicaties rammelt’, was de verontrustende kop boven één van de publicaties. Met ‘controle’ wordt hier de ‘peer review’, of het ‘peer reviewen’ bedoeld, dat voorafgaand aan publicatie van wetenschappelijke artikelen plaatsvindt. De kop boven het andere artikel: ‘Wetenschapsbladen: maak geld vrij voor eigen check op kwaliteit’, lijkt te hinten naar een oplossing voor het veronderstelde, wereldwijde, probleem.

Oorzaken

Als belangrijkste oorzaken noemt Waterval een tekort aan reviewers, en het ontbreken van de juiste expertise bij de reviewers. Een wetenschappelijk artikel wordt gemiddeld door drie reviewers beoordeeld. Achter deze oorzaken gaan weer andere ‘problemen’ schuil: het peer reviewen is een onbezoldigde bezigheid van wetenschappers die—misschien nu meer dan vroeger—door hun werkgevers—onder andere universiteiten— ook gewoon afgerekend worden op hetgeen er uit hun handen komt; daarbij wordt reviewen niet meegeteld. Sterker nog: er wordt niet eens werktijd voor vrijgemaakt.

De wetenschap breidt zich verder uit. Daardoor komt het steeds vaker voor dat onderzoek zo specifiek is, dat er nauwelijks peer reviewers met verstand van zaken te vinden zijn.

Een tweede ontwikkeling is, dat er steeds meer wetenschappelijke vaktitels verschijnen. Misschien omdat zelfs studenten tegenwoordig worden aangemoedigd om te publiceren; is dat een reden om meer bladen in de markt te zetten?.

Imagoschade

Middelen—tijd is geld—vrijmaken, zoals hiervoor al werd gezegd, helpt natuurlijk om tot een oplossing te komen. De echte oplossing ligt, volgens de artikelen, dieper verscholen in de systematiek van het peer reviewen.

Degelijke peer reviews zijn van groot belang voor het wetenschappelijke tijdschrift, de -uitgeverij, de wetenschapper èn zijn bepalend voor de kwaliteit van de wetenschap. Met het ‘gedoe’ rond ‘open access’ nog vers in ’t geheugen, lijkt het mij dat de opstelling van de uitgeverijen zelf, uitermate belangrijk is. Stug de problemen ontkennen, en net doen of er niets aan de hand is, is een misschien begrijpelijke, maar tegelijkertijd verkeerde aanpak. Anticiperen op, en meebewegen met de veranderende omstandigheden zal eerder tot voor iedereen acceptabele oplossingen leiden, waardoor verdere imagoschade voor het wetenschappelijke artikel en de -uitgeverij voorkomen wordt.

Links

Sdu Uitgevers op overnamepad


Sdu Uitgevers (verder: Sdu) was de laatste maanden een aantal keren in het nieuws omdat het overnames deed.

Overheidsportfolio B+B Vakmedianet

Eind mei kwam het bericht naar buiten dat het overheidsportfolio van B+B Vakmedianet naar Sdu verhuist. In het overheidsportfolio zitten onder andere kennisbanken voor gemeenten. Deze kennisbanken werden eerder (november 2016) overgenomen van de Relx Group. In december 2014 al, werd overheidsplannen.nl overgenomen van Reed Business. Naast de kennisbanken omvat het portfolio boeken, evenementen, software tools, websites, en enkele folioproducten, zoals Het Tijdschrift voor de Politie.

Licent Academy

Begin juli maakte Sdu de overname van Licent Academy bekend. Licent Academy maakt vakinformatie voor de doelgroep (adviseurs van) DGA’s en familiebedrijven. Het uitgeefpakket is veelzijdig en bestaat uit: e-learning, congressen, cursussen/opleidingen, symposia, tools, vaktijdschriften en webinars.

Andere commerciële benadering

De CEO’s van zowel B+B Vakmedianet als Sdu, geven aan dat zij ervan overtuigd zijn dat zowel de producten als de medewerkers zullen profiteren van de overname door Sdu, dat al decennia lang sterk overheid-gericht is, en sterke uitgeefproducten in de markt heeft gezet. Ik denk dat ook meegespeeld heeft dat de ‘overheidsmarkt’ een andere commerciële benadering vraagt dan de andere markten waarop B+B Vakmedianet actief is. Ik stel me voor dat de beslistrajecten langer zijn, en er meer ‘input’ verwacht wordt. Daardoor is een ‘langere adem’ nodig. De vraag is of B+B Vakmedianet die langere adem heeft, of wil hebben.

Met Licent Academy hoopt Sdu zijn positie op de fiscale markt te verbreden en te verdiepen. Sdu bedient die markt ook nu al met een breed portfolio, met onder andere Belastingzaken, Fiscaal en Meer, NDFR (Nederlandse Documentatie Fiscaal Recht) en NTFR (Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht). Licent Academy lanceerde in het najaar van 2016 het vaktijdschrift FamilieZaken.

Gerelateerde posts

Meer over B+B Vakmedianet

Meer over Sdu Uitgevers

 

Boom uitgevers 175 jaar

Ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van Boom uitgevers (verder: Boom), beschreef Gert-Jan Johannes de geschiedenis van dit familiebedrijf. Ik las de 268 pagina’s in één weekend uit. Boom werd groot met wat tegenwoordig ‘nieuwsmedia’ heet. Vanuit Meppel groeide het bedrijf uit tot een lokaal georiënteerd—de noordelijke provincies en Flevoland—druk- en uitgeefimperium. De ‘kunde’ van grondlegger Jan Adolf Boom—apotheker en ‘chemiker’ uit Meppel—en zijn nazaten, zit ‘m wat mij betreft vooral in het openstaan voor kansen, nieuwe ideeën, -technieken en -media; vooral in de tweede helft van de 20ste eeuw wordt dat voor de buitenstaander zichtbaar. Het bedrijf startte boekhandels; experimenteerde met commerciële radio; was aanwezig op de eerste generatie ‘nieuwe’ media (kabelkrant en teletekst); verbreedde de focus zodat ook (vak)boeken en vaktijdschriften en een educatieve uitgeverij (Edu’Aktief) aan de winst konden bijdragen; startte een literaire uitgeverij; initieerde vakuitgeverijen en bewees in de huidige eeuw ‘online’ mee te kunnen doen met de grootste uitgeefconcerns. Tegelijkertijd veranderde de structuur van het bedrijf van een patriarchaal geleid, naar een modern geleid en -gestructureerd familiebedrijf. Natuurlijk was niet alles een succes; ook de mislukkingen krijgen in het boek de ruimte.

In dit blog licht ik wat wetenswaardigheden—geschiedenis—uit van de vakuitgeverijen die tot het Boom-concern behoren of behoorden.

Meer lezenBoom uitgevers 175 jaar

Kopregel van de week!


Edwin schrijft veel over de noodzaak van sterke kopregels, en dat tekst en beeld elkaar moeten versterken; op papier maar ook online. Wat mij betreft krijgt dit artikel in ‘PS’, het magazine bij Het Parool van 6 mei jl., deze week de hoofdprijs!

De kopregel ‘Gitaarsolo van 30 jaar’ is briljant! Het artikel gaat over “gitaarwinkel annex hangplek” De Plug in De Pijp in Amsterdam, die dertig jaar bestaat. “De winkel overleefde yuppen, hipsters én bouwputten.” Uit de mond van eigenaar Peter Boelen wordt opgetekend: “Al ga ik in het weiland zitten met mijn gitaren, dan komen de klanten nog.” Van de foto van Peter Boelen in zijn winkel dampt zoveel sfeer af, dat het lezen van het artikel haast overbodig wordt; des te leuker is het om in iedere alinea van het artikel een bevestiging te krijgen van wat de foto eigenlijk al vertelde.

De hulde gaat naar André Nientied (tekst) en Niels Blekemolen (foto).

Verliefd op vinyl

Vinyl cover van Fragile door Yes
De hoes van het vinyl album ‘Fragile’ van Yes. Released in november 1971.

Meer ‘old skool’ is nauwelijks denkbaar, zou je zeggen: grammofoonplaten van vinyl. Toch worden er steeds meer vinyl platen geperst bij het Haarlemse Record Industry, een van de grootste platenpersers ter wereld. De Metro van 7 april jl. bracht er een interessant artikel over.

Klik hier om het Metro-artikel te lezen.

175 jaar Branchevereniging
Nederlandse Architectenbureaus (BNA)

Hoera en gefeliciteerd: de ‘Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus’ (BNA) viert dit jaar zijn 175-jarig bestaan! De website bna.nl belooft dit jaar zeven ‘historische mijlpalen’ te zullen publiceren, die de historie van de BNA belichten. Op het gevaar af de publicatieplanning van de mijlpalen overhoop te gooien, of het verrassingseffect teniet te doen, schrijf ik hieronder over de vaktijdschriften die de BNA ten dienste stonden. Gelukkig ontkom ik er dan niet aan ook iets te schrijven over de instituties en organisaties die de basis vormden voor de huidige BNA.

Deze post leunt op een zeer lezenswaardige bijdrage van Geert Palmaerts in het Tijdschrift voor Tijdschriftstudies, met als titel: “Bouwkundige Bijdragen en het Bouwkundig Weekblad: Nederlandse architectuurperiodieken in de negentiende eeuw”. Bij Palmaerts gaat het vooral om de redactionele/architectuurtechnische kanten van de tijdschriften; ik beperk me tot de uitgeeftechnische kanten van de BNA-tijdschriften, en laat de tientallen door uitgeverijen geïnitieerde magazines in deze post buiten beschouwing.

Meer lezen175 jaar BrancheverenigingNederlandse Architectenbureaus (BNA)

2016 in vogelvlucht
B+B Vakmedianet slaat grote slag

B+B_VakmedianetTraditiegetrouw een opsomming van de veranderingen die zich in 2016 hebben voorgedaan in het landschap van vaktijdschriften en de uitgeverijen daarachter. Het onderstaande overzicht heeft niet de pretentie compleet te zijn. Ik houd me aanbevolen voor aanvullingen.

Net als in 2015 speelt B+B Vakmedianet een belangrijke rol op het toneel. De uitgeverij blijft zijn titelpakket uitbreiden; soms met omvangrijke overnames. Ook Vakbladen.com laat regelmatig van zich horen, zij het in veel bescheidener mate dan B+B Vakmedianet.

Nieuwe initiatieven

Meer lezen2016 in vogelvluchtB+B Vakmedianet slaat grote slag

FamilieZaken kan beter

familiezaken_met_kaderBij Licent Academy verscheen vorige maand het eerste nummer van ‘FamilieZaken’, een vakblad voor (adviseurs van) DGA’s en familiebedrijven dat zes keer per jaar gaat verschijnen. Licent Academy verzorgt opleidingen en maakt vakinformatie. Ook ‘Vakblad Estate Planning’, dat eerder onderdak vond bij Kluwer, is nu een uitgave van Licent Academy.

Ik waag me niet aan uitspraken over de redactionele kwaliteit van FamilieZaken; dat zal wel goed zitten. Daarom gaat het bij vakinformatie, maar ‘het oog wil ook wat’. Op dat aspect—vormgeving—schiet FamilieZaken naar mijn idee te kort. Te weinig variatie in de paginaopmaak en ‘afgevulde’ tekstpagina’s leveren saaie pagina’s op die het magazine typeren. De roestbruine steunkleur brengt ook geen sprankeling. Hoe het wel kan toont een artikel over familiebedrijf Gassan Diamonds; die vier pagina’s nodigen tot lezen uit: goede fotografie, professioneel geplaatste bijschriften, en een infographic (tijdlijn van het bedrijf van 1945 tot nu).

Laat ik hopen dat de vormgever nog een beetje moet wennen en dat de volgende nummers er een stuk beter uit zullen zien.

Familiebedrijven

De doelgroep familiebedrijven werd eerder bediend door Reed Business met het acht maal per jaar verschijnende vaktijdschrift ‘Familiebedrijf’. Vanaf augustus 2004 stopt de verschijning echter en wordt de informatie gebracht op het ‘portal’ BizzFamiliebedrijf. Anno 2016 bestaat ook dat portaal niet meer. Nu is er nog wel de website/nieuwsbrief ‘Fambizz

Grafische sector: omzetgroei in 2016
Meer banenverlies niet uit te sluiten

2017-grafische-edit‘Eén zwaluw maakt geen zomer’, luidt het gezegde, maar de omzetgroei van 1,3 procent, die Nederlandse drukkerijen laten zien in 2016 doet deugd. Na een krimp van bijna zeven procent in 2015 laat de grafische sector eindelijk weer groei zien; voor het eerst sinds einde 2007. Een en ander blijkt uit de ‘Branche update – Drukkerijen’ van ABN AMRO. Volgens deze update zal de totale grafische productie dit jaar toenemen met 2 procent. De export van drukwerk zal naar verwachting groeien met 5 procent. De exportstijging duidt op een sterke concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven ten opzichte van buitenlandse drukkerijen.

Zware jaren

Bovenstaande is prachtig nieuws voor een sector die het moeilijk heeft. Mede door digitalisering en crisis is sprake van overcapaciteit en prijsdruk. Gevolg: in de afgelopen jaren legden 860 drukkerijen het loodje en verdampte 37 procent aan omzet. Duizenden banen verdwenen. Vooral grafische bedrijven die niet konden investeren in automatisering en nieuwe drukperstechnologieën hadden het zwaar. Beter weer lijkt op komst. Het ondernemersvertrouwen is al vier kwartalen op rij positief en er is sprake van een daling van het aantal faillissementen. Innovatie vindt volop plaats in de sector. Bijvoorbeeld met de Inkjet-printers die geschikt zijn voor gepersonaliseerd lage volume-drukwerk en printing-on-demand. Andere innovaties hebben vooral betrekking op een efficiënter productieproces en automatisering van het machinepark. Verdere reductie van het aantal banen in de sector is dan ook niet uitgesloten. 

Groeisectoren

Internetdrukkerijen vormen een belangrijke groeimarkt in de grafische sector. Mede door het efficiënte productieproces kunnen zij opdrachten snel en tegen lagere prijzen realiseren. Daarnaast sluiten deze drukkers aan bij de huidige maatschappij. Klanten plaatsen vanuit hun eigen werk- of huisomgeving via een online platform een order en hebben daarbij de keuze uit standaarddrukwerk met keuze-opties. De klant heeft direct inzicht in de prijs en levering van de order.

Ook verpakkingsdrukkerijen doen het goed. De opkomst van papieren verpakkingen in de winkels en de groei van e-commerce dragen hieraan bij. Mogelijke groeimarkten voor de verpakkingsdrukkers: food-, cosmetica- en farmaceutische industrie.
Tot slot zijn er drukkerijen die zich weten te onderscheiden door zich te richten op een nichemarkt. Denk aan het bedrukken van metalen onderdelen voor de maakindustrie.

Perspectief

De grafische sector heeft in de eerste zeven maanden van 2016 een mooie omzetgroei van 1,3 procent laten zien. Dat biedt hoop. Immers, de economische groei houdt aan en groeibedrijven hebben groeiruimte. Toch blijven de omstandigheden voor traditionele drukkerijen zwaar, volgens ABN AMRO. De prijsdruk en noodzaak tot automatisering houden aan. Drukpersen van gesloten fabrieken worden soms tegen bodemprijzen overgenomen en blijven zodoende in de markt, met overcapaciteit tot gevolg. Naar verwachting neemt de werkgelegenheid verder af en moeten traditionele drukkerijen fuseren om een vuist te maken. Naast financiële slagkracht kunnen grafische bedrijven extra toegevoegde waarde bieden aan de klant; bijvoorbeeld door een completerdienstenaanbod—inclusief design, prepress, afwerking, bedrijfscommunicatie en/of voorraadmanagement. Ook samenwerkingsverbanden en/of fusies kunnen soelaas bieden volgens ABN AMRO. De bank verwacht dat de markt het groeitempo in de rest van het jaar niet zal volhouden maar toont zich blij verrast met de goede resultaten. Klik op de titel om de Branche update—Drukkerijen van ABN AMRO te lezen.

Erik Timmermans
directeur Papier en Karton