Peer review reviewed

De eerste editie van het wetenschappelijke tijdschrift ‘Nature’ van 4 november 1869

Een paar weken terug kwam ik in Trouw een tweetal artikelen van Dirk Waterval tegen over wetenschappelijke publicaties. ‘Controle van wetenschappelijke publicaties rammelt’, was de verontrustende kop boven één van de publicaties. Met ‘controle’ wordt hier de ‘peer review’, of het ‘peer reviewen’ bedoeld, dat voorafgaand aan publicatie van wetenschappelijke artikelen plaatsvindt. De kop boven het andere artikel: ‘Wetenschapsbladen: maak geld vrij voor eigen check op kwaliteit’, lijkt te hinten naar een oplossing voor het veronderstelde, wereldwijde, probleem.

Oorzaken

Als belangrijkste oorzaken noemt Waterval een tekort aan reviewers, en het ontbreken van de juiste expertise bij de reviewers. Een wetenschappelijk artikel wordt gemiddeld door drie reviewers beoordeeld. Achter deze oorzaken gaan weer andere ‘problemen’ schuil: het peer reviewen is een onbezoldigde bezigheid van wetenschappers die—misschien nu meer dan vroeger—door hun werkgevers—onder andere universiteiten— ook gewoon afgerekend worden op hetgeen er uit hun handen komt; daarbij wordt reviewen niet meegeteld. Sterker nog: er wordt niet eens werktijd voor vrijgemaakt.

De wetenschap breidt zich verder uit. Daardoor komt het steeds vaker voor dat onderzoek zo specifiek is, dat er nauwelijks peer reviewers met verstand van zaken te vinden zijn.

Een tweede ontwikkeling is, dat er steeds meer wetenschappelijke vaktitels verschijnen. Misschien omdat zelfs studenten tegenwoordig worden aangemoedigd om te publiceren; is dat een reden om meer bladen in de markt te zetten?.

Imagoschade

Middelen—tijd is geld—vrijmaken, zoals hiervoor al werd gezegd, helpt natuurlijk om tot een oplossing te komen. De echte oplossing ligt, volgens de artikelen, dieper verscholen in de systematiek van het peer reviewen.

Degelijke peer reviews zijn van groot belang voor het wetenschappelijke tijdschrift, de -uitgeverij, de wetenschapper èn zijn bepalend voor de kwaliteit van de wetenschap. Met het ‘gedoe’ rond ‘open access’ nog vers in ’t geheugen, lijkt het mij dat de opstelling van de uitgeverijen zelf, uitermate belangrijk is. Stug de problemen ontkennen, en net doen of er niets aan de hand is, is een misschien begrijpelijke, maar tegelijkertijd verkeerde aanpak. Anticiperen op, en meebewegen met de veranderende omstandigheden zal eerder tot voor iedereen acceptabele oplossingen leiden, waardoor verdere imagoschade voor het wetenschappelijke artikel en de -uitgeverij voorkomen wordt.

Links

Sdu Uitgevers op overnamepad


Sdu Uitgevers (verder: Sdu) was de laatste maanden een aantal keren in het nieuws omdat het overnames deed.

Overheidsportfolio B+B Vakmedianet

Eind mei kwam het bericht naar buiten dat het overheidsportfolio van B+B Vakmedianet naar Sdu verhuist. In het overheidsportfolio zitten onder andere kennisbanken voor gemeenten. Deze kennisbanken werden eerder (november 2016) overgenomen van de Relx Group. In december 2014 al, werd overheidsplannen.nl overgenomen van Reed Business. Naast de kennisbanken omvat het portfolio boeken, evenementen, software tools, websites, en enkele folioproducten, zoals Het Tijdschrift voor de Politie.

Licent Academy

Begin juli maakte Sdu de overname van Licent Academy bekend. Licent Academy maakt vakinformatie voor de doelgroep (adviseurs van) DGA’s en familiebedrijven. Het uitgeefpakket is veelzijdig en bestaat uit: e-learning, congressen, cursussen/opleidingen, symposia, tools, vaktijdschriften en webinars.

Andere commerciële benadering

De CEO’s van zowel B+B Vakmedianet als Sdu, geven aan dat zij ervan overtuigd zijn dat zowel de producten als de medewerkers zullen profiteren van de overname door Sdu, dat al decennia lang sterk overheid-gericht is, en sterke uitgeefproducten in de markt heeft gezet. Ik denk dat ook meegespeeld heeft dat de ‘overheidsmarkt’ een andere commerciële benadering vraagt dan de andere markten waarop B+B Vakmedianet actief is. Ik stel me voor dat de beslistrajecten langer zijn, en er meer ‘input’ verwacht wordt. Daardoor is een ‘langere adem’ nodig. De vraag is of B+B Vakmedianet die langere adem heeft, of wil hebben.

Met Licent Academy hoopt Sdu zijn positie op de fiscale markt te verbreden en te verdiepen. Sdu bedient die markt ook nu al met een breed portfolio, met onder andere Belastingzaken, Fiscaal en Meer, NDFR (Nederlandse Documentatie Fiscaal Recht) en NTFR (Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht). Licent Academy lanceerde in het najaar van 2016 het vaktijdschrift FamilieZaken.

Gerelateerde posts

Meer over B+B Vakmedianet

Meer over Sdu Uitgevers

 

Boom uitgevers 175 jaar

Ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van Boom uitgevers (verder: Boom), beschreef Gert-Jan Johannes de geschiedenis van dit familiebedrijf. Ik las de 268 pagina’s in één weekend uit. Boom werd groot met wat tegenwoordig ‘nieuwsmedia’ heet. Vanuit Meppel groeide het bedrijf uit tot een lokaal georiënteerd—de noordelijke provincies en Flevoland—druk- en uitgeefimperium. De ‘kunde’ van grondlegger Jan Adolf Boom—apotheker en ‘chemiker’ uit Meppel—en zijn nazaten, zit ‘m wat mij betreft vooral in het openstaan voor kansen, nieuwe ideeën, -technieken en -media; vooral in de tweede helft van de 20ste eeuw wordt dat voor de buitenstaander zichtbaar. Het bedrijf startte boekhandels; experimenteerde met commerciële radio; was aanwezig op de eerste generatie ‘nieuwe’ media (kabelkrant en teletekst); verbreedde de focus zodat ook (vak)boeken en vaktijdschriften en een educatieve uitgeverij (Edu’Aktief) aan de winst konden bijdragen; startte een literaire uitgeverij; initieerde vakuitgeverijen en bewees in de huidige eeuw ‘online’ mee te kunnen doen met de grootste uitgeefconcerns. Tegelijkertijd veranderde de structuur van het bedrijf van een patriarchaal geleid, naar een modern geleid en -gestructureerd familiebedrijf. Natuurlijk was niet alles een succes; ook de mislukkingen krijgen in het boek de ruimte.

In dit blog licht ik wat wetenswaardigheden—geschiedenis—uit van de vakuitgeverijen die tot het Boom-concern behoren of behoorden.

Lees verder

Kopregel van de week!


Edwin schrijft veel over de noodzaak van sterke kopregels, en dat tekst en beeld elkaar moeten versterken; op papier maar ook online. Wat mij betreft krijgt dit artikel in ‘PS’, het magazine bij Het Parool van 6 mei jl., deze week de hoofdprijs!

De kopregel ‘Gitaarsolo van 30 jaar’ is briljant! Het artikel gaat over “gitaarwinkel annex hangplek” De Plug in De Pijp in Amsterdam, die dertig jaar bestaat. “De winkel overleefde yuppen, hipsters én bouwputten.” Uit de mond van eigenaar Peter Boelen wordt opgetekend: “Al ga ik in het weiland zitten met mijn gitaren, dan komen de klanten nog.” Van de foto van Peter Boelen in zijn winkel dampt zoveel sfeer af, dat het lezen van het artikel haast overbodig wordt; des te leuker is het om in iedere alinea van het artikel een bevestiging te krijgen van wat de foto eigenlijk al vertelde.

De hulde gaat naar André Nientied (tekst) en Niels Blekemolen (foto).

Verliefd op vinyl

Vinyl cover van Fragile door Yes
De hoes van het vinyl album ‘Fragile’ van Yes. Released in november 1971.

Meer ‘old skool’ is nauwelijks denkbaar, zou je zeggen: grammofoonplaten van vinyl. Toch worden er steeds meer vinyl platen geperst bij het Haarlemse Record Industry, een van de grootste platenpersers ter wereld. De Metro van 7 april jl. bracht er een interessant artikel over.

Klik hier om het Metro-artikel te lezen.

175 jaar Branchevereniging
Nederlandse Architectenbureaus (BNA)

Hoera en gefeliciteerd: de ‘Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus’ (BNA) viert dit jaar zijn 175-jarig bestaan! De website bna.nl belooft dit jaar zeven ‘historische mijlpalen’ te zullen publiceren, die de historie van de BNA belichten. Op het gevaar af de publicatieplanning van de mijlpalen overhoop te gooien, of het verrassingseffect teniet te doen, schrijf ik hieronder over de vaktijdschriften die de BNA ten dienste stonden. Gelukkig ontkom ik er dan niet aan ook iets te schrijven over de instituties en organisaties die de basis vormden voor de huidige BNA.

Deze post leunt op een zeer lezenswaardige bijdrage van Geert Palmaerts in het Tijdschrift voor Tijdschriftstudies, met als titel: “Bouwkundige Bijdragen en het Bouwkundig Weekblad: Nederlandse architectuurperiodieken in de negentiende eeuw”. Bij Palmaerts gaat het vooral om de redactionele/architectuurtechnische kanten van de tijdschriften; ik beperk me tot de uitgeeftechnische kanten van de BNA-tijdschriften, en laat de tientallen door uitgeverijen geïnitieerde magazines in deze post buiten beschouwing.

Lees verder

2016 in vogelvlucht
B+B Vakmedianet slaat grote slag

B+B_VakmedianetTraditiegetrouw een opsomming van de veranderingen die zich in 2016 hebben voorgedaan in het landschap van vaktijdschriften en de uitgeverijen daarachter. Het onderstaande overzicht heeft niet de pretentie compleet te zijn. Ik houd me aanbevolen voor aanvullingen.

Net als in 2015 speelt B+B Vakmedianet een belangrijke rol op het toneel. De uitgeverij blijft zijn titelpakket uitbreiden; soms met omvangrijke overnames. Ook Vakbladen.com laat regelmatig van zich horen, zij het in veel bescheidener mate dan B+B Vakmedianet.

Nieuwe initiatieven

Lees verder

FamilieZaken kan beter

familiezaken_met_kaderBij Licent Academy verscheen vorige maand het eerste nummer van ‘FamilieZaken’, een vakblad voor (adviseurs van) DGA’s en familiebedrijven dat zes keer per jaar gaat verschijnen. Licent Academy verzorgt opleidingen en maakt vakinformatie. Ook ‘Vakblad Estate Planning’, dat eerder onderdak vond bij Kluwer, is nu een uitgave van Licent Academy.

Ik waag me niet aan uitspraken over de redactionele kwaliteit van FamilieZaken; dat zal wel goed zitten. Daarom gaat het bij vakinformatie, maar ‘het oog wil ook wat’. Op dat aspect—vormgeving—schiet FamilieZaken naar mijn idee te kort. Te weinig variatie in de paginaopmaak en ‘afgevulde’ tekstpagina’s leveren saaie pagina’s op die het magazine typeren. De roestbruine steunkleur brengt ook geen sprankeling. Hoe het wel kan toont een artikel over familiebedrijf Gassan Diamonds; die vier pagina’s nodigen tot lezen uit: goede fotografie, professioneel geplaatste bijschriften, en een infographic (tijdlijn van het bedrijf van 1945 tot nu).

Laat ik hopen dat de vormgever nog een beetje moet wennen en dat de volgende nummers er een stuk beter uit zullen zien.

Familiebedrijven

De doelgroep familiebedrijven werd eerder bediend door Reed Business met het acht maal per jaar verschijnende vaktijdschrift ‘Familiebedrijf’. Vanaf augustus 2004 stopt de verschijning echter en wordt de informatie gebracht op het ‘portal’ BizzFamiliebedrijf. Anno 2016 bestaat ook dat portaal niet meer. Nu is er nog wel de website/nieuwsbrief ‘Fambizz

Grafische sector: omzetgroei in 2016
Meer banenverlies niet uit te sluiten

2017-grafische-edit‘Eén zwaluw maakt geen zomer’, luidt het gezegde, maar de omzetgroei van 1,3 procent, die Nederlandse drukkerijen laten zien in 2016 doet deugd. Na een krimp van bijna zeven procent in 2015 laat de grafische sector eindelijk weer groei zien; voor het eerst sinds einde 2007. Een en ander blijkt uit de ‘Branche update – Drukkerijen’ van ABN AMRO. Volgens deze update zal de totale grafische productie dit jaar toenemen met 2 procent. De export van drukwerk zal naar verwachting groeien met 5 procent. De exportstijging duidt op een sterke concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven ten opzichte van buitenlandse drukkerijen.

Zware jaren

Bovenstaande is prachtig nieuws voor een sector die het moeilijk heeft. Mede door digitalisering en crisis is sprake van overcapaciteit en prijsdruk. Gevolg: in de afgelopen jaren legden 860 drukkerijen het loodje en verdampte 37 procent aan omzet. Duizenden banen verdwenen. Vooral grafische bedrijven die niet konden investeren in automatisering en nieuwe drukperstechnologieën hadden het zwaar. Beter weer lijkt op komst. Het ondernemersvertrouwen is al vier kwartalen op rij positief en er is sprake van een daling van het aantal faillissementen. Innovatie vindt volop plaats in de sector. Bijvoorbeeld met de Inkjet-printers die geschikt zijn voor gepersonaliseerd lage volume-drukwerk en printing-on-demand. Andere innovaties hebben vooral betrekking op een efficiënter productieproces en automatisering van het machinepark. Verdere reductie van het aantal banen in de sector is dan ook niet uitgesloten. 

Groeisectoren

Internetdrukkerijen vormen een belangrijke groeimarkt in de grafische sector. Mede door het efficiënte productieproces kunnen zij opdrachten snel en tegen lagere prijzen realiseren. Daarnaast sluiten deze drukkers aan bij de huidige maatschappij. Klanten plaatsen vanuit hun eigen werk- of huisomgeving via een online platform een order en hebben daarbij de keuze uit standaarddrukwerk met keuze-opties. De klant heeft direct inzicht in de prijs en levering van de order.

Ook verpakkingsdrukkerijen doen het goed. De opkomst van papieren verpakkingen in de winkels en de groei van e-commerce dragen hieraan bij. Mogelijke groeimarkten voor de verpakkingsdrukkers: food-, cosmetica- en farmaceutische industrie.
Tot slot zijn er drukkerijen die zich weten te onderscheiden door zich te richten op een nichemarkt. Denk aan het bedrukken van metalen onderdelen voor de maakindustrie.

Perspectief

De grafische sector heeft in de eerste zeven maanden van 2016 een mooie omzetgroei van 1,3 procent laten zien. Dat biedt hoop. Immers, de economische groei houdt aan en groeibedrijven hebben groeiruimte. Toch blijven de omstandigheden voor traditionele drukkerijen zwaar, volgens ABN AMRO. De prijsdruk en noodzaak tot automatisering houden aan. Drukpersen van gesloten fabrieken worden soms tegen bodemprijzen overgenomen en blijven zodoende in de markt, met overcapaciteit tot gevolg. Naar verwachting neemt de werkgelegenheid verder af en moeten traditionele drukkerijen fuseren om een vuist te maken. Naast financiële slagkracht kunnen grafische bedrijven extra toegevoegde waarde bieden aan de klant; bijvoorbeeld door een completerdienstenaanbod—inclusief design, prepress, afwerking, bedrijfscommunicatie en/of voorraadmanagement. Ook samenwerkingsverbanden en/of fusies kunnen soelaas bieden volgens ABN AMRO. De bank verwacht dat de markt het groeitempo in de rest van het jaar niet zal volhouden maar toont zich blij verrast met de goede resultaten. Klik op de titel om de Branche update—Drukkerijen van ABN AMRO te lezen.

Erik Timmermans
directeur Papier en Karton

 

Triks en De Magiër
vaktijdschriften voor goochelaars

Utrecht magisch middelpunt. Fred Kaps *16 juni 1961
Fred Kaps in juni 1961 door Jac. de Nijs / Anefo (Nationaal Archief) via Wikimedia Commons

Goochelaars goochelen, al dan niet als professional—’om den brode’. Daarom zijn er ‘vak’tijdschriften voor hen die met goochelen hun brood verdienen.

De Magiër

Een ‘alert’ van marktplaats.nl: acht jaargangen van het vaktijdschrift De Magiër te koop aangeboden. Aanvankelijk zet ik vraagtekens bij ‘vaktijdschrift’ maar na enig nadenken kom ik tot de conclusie waarmee deze post opent. Toegegeven: zulke vaktijdschriften zullen ook vele hobbyisten tot hun lezerskring mogen rekenen.

Ik typ ‘de magier tijdschrift’ in in de zoekbalk van Google. Ik ben al op pagina zes van de zoekresultaten als ik op ‘De Geschiedenis van De Magiër’ stuit; een tekst uit 1996 die te vinden is op de website a-en-g.nl. Enigszins opgewonden klik ik op de hyperlink.

Dan opent een ‘pagina’ met een schermbrede tekst en een drietal plaatjes waarvan één de cover van het eerste nummer van ‘De Magiër’ toont; bingo! Het lijkt erop of ik ‘de verdubbelaar’ ingezet heb want boven de tekst prijkt de kop: “De Geschiedenissen van ‘Triks’ en ‘De Magiër”. De tekst is van Wim van Rosmalen, zo blijkt later. Over ‘Triks’ verderop meer.

Ik lees dat Cas G. Ziekman (*1919, †1987; van beroep jongleur/goochelaar) op 1 mei 1943—de Tweede Wereldoorlog is nog in volle gang—goochelstudio Mephisto-Huis aan de Prins Hendrikkade 124 in Amsterdam opende. Het duurt dan nog tot juni 1947 als het eerste nummer van ‘De Magiër’ verschijnt, waardoor de goochelstudio ook een uitgeverij wordt. De ondertitel luidt: “Vakblad voor de goochelkunst”. Na de tweede jaargang komt de verschijning tot oktober 1952 stil te liggen. Deze verschijningspauze van 40 (!) maanden wordt door Ziekman toegeschreven aan het vertrek van een redacteur. Het document van Van Rosmalen doet per jaargang een kort verslag van de redactionele inhoud van ‘De Magiër’. Wie in goochelen geïnteresseerd is kan zijn hart ophalen aan de tientallen namen van redacteuren/goochelaars—vaak met exotisch klinkende pseudoniemen—illustratoren en vormgevers die genoemd worden. Nooit geweten dat Fred Kaps (artiestennaam van Bram Bongers; *1926, †1980)—die ik lang geleden, in het tijdperk van de zwart/wit-televisie, wel eens heb zien goochelen—in de 40’er en 50’er jaren de naam ‘Mystica’ gebruikte. Na 25 jaargangen, in september 1975, houdt ‘De Magiër’ op te bestaan omdat de gezondheid van (hoofd)redacteur Iskari (pseudoniem van Freek H. Kemner jr.; *1921, †1984) verder werken niet langer toelaat. Iskari trad al vanaf de derde jaargang op als vormgever, en vanaf de achtste jaargang was hij als enig redacteur aan het blad verbonden.

In 1974 verkoopt Ziekman zijn activiteiten aan goochelaars uit België. Ruim twintig jaar later in 1996 heet Mephisto-Huis kortweg Mephisto of Huis Mephisto en is dan te vinden in het Belgische Kortrijk. Weer twintig jaar later levert de zoekterm ‘Mephisto Huis’ bij Google nog steeds hits op, maar goochelen heet tegenwoordig ‘magic’ en een goochelaar een ‘illusionist’.

Triks

triksHet verhaal achter ‘Triks’ is zo mogelijk nog boeiender dan dat van ‘De Magiër’. Aangekondigd als ‘De Tooverlantaarn’, verschijnt het eerste nummer van ‘Triks’ al in april 1941—het niet-aanvalsverdrag met de Sovjet Unie (het Molotov-Ribbentrop-pact) is door Hitler-Duitsland nog niet geschonden. De ondertitel is dan nog: “Nederlandsch Maandblad voor de Goochelkunst”. Na het verschijnen van het laatste nummer van de tweede jaargang—maart 1943—krijgt ‘Triks’ een verschijningsverbod opgelegd. De derde jaargang start in oktober 1945. Zoals Ziekman de drijvende kracht achter ‘De Magiër’ is, vervult Henk Vermeyden deze rol voor ‘Triks’. Uit de tekst van Van Rosmalen spreekt dat ‘Triks’/Vermeyden ‘De Magiër’/Ziekman op tal van aspecten overvleugeld. ‘Triks’ is ouder dan ‘De Magiër’, maar dat is op zich geen verdienste. Ook qua redactionele inhoud echter, is ‘Triks’ uit het betere hout gesneden. Ondanks dat vindt Vermeyden het niet nodig ook maar enige aandacht te schenken aan het verschijnen in 1947 van concurrent ‘De Magiër’; vanuit commercieel oogpunt begrijpelijk, maar een redactionele misser. Vermeyden verandert in 1952 wel de ondertitel van zijn vaktijdschrift; ‘Maandblad’ wordt vervangen door ‘Vakblad’, het woord dat ook te vinden is in de ondertitel van de concurrent.

De goochelwereld kent in die jaren nationale- en internationale kampioenschappen en congressen. ‘Triks’ doet daarvan nauwgezet verslag. Het wereldcongres 1955 werd in Amsterdam gehouden, en de al eerder genoemde Fred Kaps—protégé van Vermeyden—werd voor de tweede maal uitgeroepen tot wereldkampioen. Het laatste nummer van ‘Triks verschijnt in het voorjaar van 1974 en het werd dus overleefd door ‘De Magiër’. Al tijdens de voorlaatste 29ste jaargang kampt ‘Triks’ met onregelmatige verschijning, ongenummerde- en inhaalnummers. ‘De koek raakt op’; de 30ste jaargang blijft onvoltooid.

Credits Deze post is gebaseerd op/een bewerking van de tekst: “De Geschiedenissen van ‘Triks’ en ‘De Magiër”, door Wim van Rosmalen. Deze tekst is te vinden op de website a-en-g.nl (link naar ‘Triks‘ en ‘De Magiër‘); nl.wikipedia.org > Fred Kaps

Meer lezen over WOII en vakinformatie?
Lees mijn blog ‘Vakinformatie in oorlogstijd

BIM Media naar B+B Vakmedianet

B+B VakmedianetHet was maar een klein berichtje van Erna Straatsma in het Haarlems Dagblad van 30 juli jl.: “Cobouw en andere titels overgenomen”. Eigenlijk verwachtte ik dat de ‘reguliere’ vakmedia het bericht ook nog wel zouden brengen, en dan misschien in een wat uitgebreider variant. Dat bleek ijdele hoop maar gelukkig staat er wel een lang verhaal op de website van Vakmedianet waarin zowel Ruud Bakker als Audrey Perrin, respectievelijk CEO van Vakmedianet en Sdu Uitgevers—BIM Media is een dochteronderneming van Sdu Uitgevers—de overname toelichten.

BIM Media

BIM Media ontstond in juli 2013 na de verkoop van Sdu Uitgevers aan de Franse juridische uitgeverij Éditions Lefebvre Sarrut (ELS). De Sdu-fondsen waarin de Franse uitgeverij niet geïnteresseerd was, werden ondergebracht in BIM Media (zie mijn blog: BIM Media: hapklare brok, maar voor wie?). In het genoemde blog wordt gesteld dat een verkoop van BIM media in één keer/aan één koper niet realistisch is. In februari 2015 komt daarvan de bevestiging als AutomatiseringGids—één van de parels uit de BIM Media-kroon—verkocht wordt aan de Sijthoff Media Groep. Recent werd Cobouw—een ander BIM-pronkstuk—ingrijpend veranderd: van krant naar weekblad (zie mijn blog: Cobouw wordt weekblad).

De overname betreft de uitgaven: Bouwberichten, Bouwkosten, Cobouw, de Architect, Gawalo, Installatiejournaal, Nederlandse Bouwdocumentatie, Vastgoedmarkt, de Nevi-titel Deal! en een boeken- en eventportfolio. De facto het complete BIM Media. Niet voor niets heet het op de website van Vakmedianet dat ‘de activiteiten van BIM Media worden voortgezet vanuit de vestiging in Alphen aan den Rijn’. De gehele operatie moet voor 1 januari 2017 afgerond zijn.

NVDO lanceert Vakblad Asset Management

Duurzaam Tijdschrift II

CO2Bij het verduurzamen van tijdschriften wordt meestal eerst gekeken naar het papier, de duurzame en circulaire grondstof. Niet verwonderlijk: een tijdschrift is feitelijk niet meer dan een stapeltje bedrukte vellen papier. Verlaging van de hoeveelheid papier is een efficiënte verbeteroptie bij verduurzaming van tijdschriften. Toch vormen uitgevers de spil bij de verduurzaming van uitgeefproducten. Zij beslissen of het product er komt, wie er aan meewerkt en in welke vorm en oplage het verschijnt. Ook bepalen zij welke papiersoort wordt gebruikt.

Het project Duurzaam Tijdschrift II wil de keten verduurzamen door middel van samenwerking. Initiatiefnemers zijn de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de Nederlandse papier- en kartonindustrie (VNP) en Papierenkarton.nl. Zij willen bestaande uitgeefproducten verduurzamen en daarmee uitgevers inspireren om ook zelf aan de slag te gaan met de reductie van hun footprint.

Duurzaam Tijdschrift II bestaat uit twee projecten:

  • het uitgeven van vakblad Petrochem op papier gemaakt van landbouwafval;
  • de gedeeltelijke samenvoeging van de publieksbladen Op Pad en SNP Reismagazine.

Petrochem

Vakmagazine Petrochem krijgt een andere ‘look and feel’. Geen glossy cover maar een iets lichtere, matte uncoated papiersoort met een natuurlijke kleur. De producent, Paperwise, maakt het papier grotendeels met de vezels van suikerrietafval. Door dit ‘afvalpapier’ in te zetten verbetert de overall milieuscore van Petrochem met maar liefst 40 procent! Wordt puur naar CO2-uitstoot gekeken dan blijkt sprake van een 10% lagere Carbon-footprint in vergelijking met de voorlaatste editie van Petrochem. Die werd uitgegeven op FSC-gecertificeerd papier.

ANWB Media

Het tweede project van Duurzaam Tijdschrift II, met ANWB Media, stelt de vraag of de uitgever zijn eindproducten kan verduurzamen door kritisch te kijken naar zijn eigen bijdrage in het productieproces. ANWB Media heeft besloten de redacties van Op Pad en SNP Reismagazine samen te voegen. Doel: kostenreductie en verduurzaming. Vóór het samenvoegen van de redacties verschenen ieder jaar acht edities Op Pad en vier edities SNP Reismagazine. Ná het samenvoegen zullen jaarlijks zes edities Op Pad en zes edities SNP Reismagazine het licht zien. De omvang van Op Pad zal met een aantal pagina’s afnemen. SNP Reismagazine heeft een hogere oplage. Gevolg: verdeeld over 12 edities, jaarlijks circa 45.000 extra tijdschriften zullen worden geproduceerd. Dat betekent meer papier en dus milieu-impact. Maar de samenvoeging van de redacties heeft een positief effect op de emissies van waterverbruik, energieverbruik, reizen naar het buitenland en woon-werkverkeer. Minder FTE’s leidt tot minder vliegtuigkilometers (-30%) en autokilometers (-10%). De klimaatimpact van het uitgeverijbedrijf daalt met één derde, op jaarbasis. Dat heeft gevolgen voor de totale klimaatimpact van Op Pad en SNP Reismagazine samen. De Carbon-footprint van de twee titels blijft ondanks de 45.000 extra tijdschriften gelijk! 

De bijdrage van de uitgever aan de beperking van de klimaatimpact van tijdschriften is dus groot. 45.000 tijdschriften extra met een gelijkblijvende klimaatimpact en een substantiële besparing op de kosten. Duurzaamheid loont!

Links

Duurzaam boek

Duurzaam Tijdschrift I

Volledig artikel

ZTalks Magazine voor ZZP’ers

ZTalks_MagazineZTalks Magazine is een nieuw tijdschrift voor ZZP’ers van uitgeverij ProZZPect—let op de kapitalen. ZTalks magazine claimt “het eerste en meest inspirerende magazine voor zzp’ers in Nederland” te zijn. Het probeert met helder geschreven en praktische artikelen de kleine ondernemer te laten groeien naar een ‘next level’ van ondernemerschap, hem oplossingen te bieden en voordeel te bezorgen. Voor nog geen twintig euro worden jaarlijks vier nummers thuis bezorgd.

ZTalks Magazine komt van de organisatoren van de ZZPTalks, netwerkevenementen voor ZZP’ers. Het concept van deze evenementen is geïnspireerd door TEDx, maar toegespitst op zzp’ers. Succesvolle en prominente ondernemers vertellen op deze bijeenkomsten in begrijpelijke taal in maximaal 15 minuten over uiteenlopende onderwerpen.

Businesspartners

ZTalks magazine heeft—zo staat op de website—een aantal businesspartners, waarschijnlijk dezelfde als die van de ZZPTalks. Op de website plaatsten een aantal van hen artikelen die tot doel hebben hun bedrijven onder de aandacht van de lezers/bezoekers te brengen. ‘Advertorials’ dus, maar dat woord krijg ik alleen met veel moeite uit mijn toetsenbord.

Link

Naar de website waarop ZTalks Magazine te vinden is.

Tijdschrift voor Historische Geografie

Tijdschrift_voor_Historische_GeografieBij Uitgeverij Verloren verscheen het eerste nummer van het Tijdschrift voor Historische Geografie (verder: THG). Het tijdschrift bouwt voort op het Historisch-Geografisch Tijdschrift (verder: HGT) dat in 1983 geïntroduceerd werd door Uitgeverij Matrijs.

Kleine markt, twee vaktijdschriften

Opmerkelijk is dat THG naast HGT zal verschijnen en het niet gezien moet worden als vervanger van HGT. Historische geografie handelt over de nog steeds voortdurende transformatie door menselijk handelen van het oorspronkelijke natuurlandschap. Bijvoorbeeld door het ontstaan van dorpen—die in de loop van de tijd geregeld uitgroeiden tot steden—en de toevoeging aan het natuurlandschap van andere cultuurhistorische elementen. Daarover schrijven zowel HGT als THG.

Op de Wikipedia-pagina van HGT staat onder de kop ‘Concurrentie’ het volgende: “Vanwege meningsverschillen over de opzet en inhoudelijke koers van het tijdschrift, stapte de redactie in oktober 2015 over naar Uitgeverij Verloren, om daar het Tijdschrift voor Historische Geografie te maken …”. Naar verluidt ziet Uitgeverij Matrijs meer toekomst in een populair-wetenschappelijke variant van het tijdschrift, terwijl de redactie wil vasthouden aan een onversneden wetenschappelijke benadering.

Alhoewel de belangstelling voor historische geografie nog steeds schijnt te groeien, is het zeer de vraag of die markt groot genoeg is voor twee vaktijdschriften. “We zullen zien”, antwoordt Thys VerLoren van Themaat, oprichter en directeur van Uitgeverij Verloren, desgevraagd.

Tijdschrift voor Historische Geografie verschijnt in 2016 vier maal.