Schrijven zonder gelezen te worden?

Microsoft Word - Document3Je hebt er veel tijd in gestoken. Het is een goed artikel geworden, maar het wordt niet gelezen en alle moeite is voor niets. Voorkom dat. Zorg voor haakjes in het artikel, opvallende elementen waarmee je de lezer kunt boeien.

“Zeg speurneus. Hoe zit dit. Dit was een fantastisch artikel. Daar was iedereen ’t over eens. Vernieuwend, onthullend. Maar het scoort maar 8%, terwijl dat oppervlakkige verhaal van Vercrauwen volgens jullie wel 40% haalt. Hier klopt iets niet. Jullie hele onderzoek klopt voor geen meter!”.
AnaLyse Bremer schrikt op van de binnenstormende Paul Schrijver, die op hoge toon genoegdoening eist. Ze kijkt naar het artikel dat Paul haar voorhoudt.

Haakjes aanbrengen
“O, dat verhaal. Dat klopt. Het viel me op dat het me niet opviel. Heb ik dus niet gelezen. Niet omdat je verhaal niet goed is, maar gewoon omdat er geen enkel haakje in zat om mij, een voorbijvliegende lezer, te vangen. Dus àls er al belangrijke informatie in zat, dan heb je er niets aan gedaan om die parels zichtbaar te maken. Dat was bij Vercrauwen beter”.

Lees verder

Spoorzoeken in de Volkskrant

SpoorzoekenVanochtend las ik ‘m weer, de papieren weekendeditie van de Volkskrant, bij het ontbijt.
Dat begint met spoorzoeken. Leuke aankeilers op “de één”, maar waar kan ik er méér over lezen? Geen verwijzende paginanummers, zoals in de doordeweekse digitale edities. Terwijl het daarin juist minder zin heeft, tenzij je er ‘links’ aan toevoegt.

Hoe komt dat? Denkt de redactie soms dat de lezers in het weekend twee dagen de tijd hebben om te spoorzoeken? Om het hele weekend de krant op te pakken en weer weg te leggen?

Of volgt de krant in het weekend de gewoonte van de publieksbladen die in de kiosk met uitdagende beweringen op de omslag de aandacht van de potentiële koper proberen te trekken en zich niet zo bekommeren om de vraag of de “content” wel gelezen wordt. Eerst kopen. Daarna mag je zoeken.

Bij vakbladen ligt dat anders. Geen infotainment, maar vak- of praktische informatie. Geen tijd voor spoorzoeken. Zo snel mogelijk naar het doel. Zo efficiënt  mogelijk de lezer vanaf de omslag daarheen leiden.

Ook voor publieksbladen zou dat geen kwaad kunnen. Wie weet verkoopt het zelfs beter. Al eens onderzocht? In ieder geval, baat het niet dan schaadt het niet.

Lees verder

Een duidelijke briefing voorkomt ‘rework’

Microsoft Word - Document3Een duidelijke opdracht bespaart redactie, schrijvers, fotografen en illustratoren tijd en energie. Zij weten dan wat er van hen verwacht wordt. Dat voorkomt naderhand ‘rework’.

Karel, eindredacteur van De FiscaliTIJD, belt mr. Arie Starkenborg van het adviesbureau ADGM om hem een bijdrage voor het septembernummer te vragen. ‘FT’ is een tijdschrift voor fiscale consulenten en gespecialiseerde advocaten. Het geeft praktische, direct toepasbare informatie.

‘Hallo Arie, met Karel. Zou je weer eens wat voor ons willen schrijven?’.
‘Hangt er van af, Karel. Waarover?’
‘Die beperking van de renteaftrek voor hogere inkomens is onafwendbaar nietwaar? Kan jij met een praktisch verhaal komen over de gevolgen. Je weet al iets over onze lezers, maar ik stuur je nog een korte beschrijving van een deelgroep waarvoor je zou moeten schrijven. We hebben onlangs onze doelstelling wat bijgeschaafd. Stuur ik je ook. Kan je een zakelijk stuk schrijven met een berekening erbij en misschien een programmaatje dat de lezers kunnen downloaden van onze site? Dat zou fantastisch zijn, Arie’.
‘Dat lukt me wel. We hebben een eenvoudig programma voor onze relaties; dat zou ik kunnen gebruiken. Wanneer moet je het hebben en hoe lang moet het zijn?’.

Lees verder

Storyplanning: een goed artikel in minder tijd

Gezamenlijk een artikel plannen is inspirerend, motiverend en tijdsbesparend.

Het storyplan dat hier uit rolt, vormt de basis voor de briefing van schrijvers, fotografen, illustratoren en de opmaak.

Woensdag 8 juli, 10 uur.
De bespreekkamer van uitgeverij Leisure is volgestroomd.
De deur wordt gesloten.

Lees verder

Kassa: € 30 miljoen bespaard

Kort geleden werd het Papiervezelconvenant tussen de Stichting Papier Recycling Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor de vijfde maal verlengd. Dit convenant treedt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 in werking tot 31 december 2018. Het papiervezelconvenant bespaart uitgeverijen op jaarbasis dertig miljoen euro. Eric Ravestijn vraagt Erik Timmermans, directeur van de Stichting Informatiecentrum Papier en Karton, uit te leggen hoe die besparing gerealiseerd wordt.

Om maar direct met de deur in huis te vallen: hoe zit dat met die besparing van dertig miljoen euro op jaarbasis?
Timmermans: “Die 30 miljoen euro is het verschil tussen een gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid—uitgewerkt in het papiervezelconvenant—en een systeem waarbij sprake is van een permanente afvalbeheerbijdrage zoals die geldt voor papieren en kartonnen verpakkingen. Zou zo’n afvalbeheerbijdrage ook voor grafische producten gelden, dan zouden de jaarlijkse kosten voor de branche ruim 30 miljoen euro bedragen.”

Geldt die besparing ook voor kleinere uitgeverijen?
Timmermans: “Jazeker. Bij een permanente  afvalbeheerbijdrage zouden ook kleinere uitgeverijen daaraan—naar rato—moeten bijdragen. Ook zij hebben dus baat bij het Papiervezelconvenant.”

Op welk deel van de afvalstroom van papier en karton heeft het Papiervezelconvenant betrekking?
Timmermans: “Het Papiervezelconvenant heeft betrekking op een deel van die afvalstroom. Ten eerste is het convenant beperkt tot het huishoudelijke papieren afval. Ten tweede gaat het alleen om niet-verpakkingen. Het gaat om grafische producten zoals tijdschriften, kranten, folders; producten van grote en kleinere uitgeverijen. Ook hygiënepapier zoals tissues en keukenrolpapier, en andere producten vallen onder de huishoudelijke niet-verpakkingen.“

Wat moet ik me voorstellen bij ‘andere producten’?
Timmermans: “Gebruiksaanwijzingen van allerlei producten bijvoorbeeld; maar ook bordspellen, bakpapier, kassabonnen, bierviltjes, et cetera. We realiseren ons nauwelijks hoeveel papier we dagelijks gebruiken.”

Hoeveel is er na deze beperkingen nog over van de totale papieren huishoudelijke afvalstroom?
Timmermans: “De stroom—ingezameld en gerecycled—papier en karton uit huishoudens bestaat voor ongeveer driekwart uit niet-verpakkingen en voor ongeveer een kwart uit verpakkingen van papier en karton. Het aandeel niet-verpakkingen is dus aanmerkelijk groter.”

Wat is het doel van het papiervezelconvenant?
Timmermans: “Het doel is om de inzameling en het hergebruik van oud papier te stimuleren en continu—onder alle omstandigheden—op een zo hoog mogelijk niveau te houden.”

Je zei net ‘onder alle omstandigheden’. Waarom die toevoeging?
Papier inzamelen is doorgaans een lucratieve bezigheid. Oud papier is geld waard; de waarde wordt bepaald—net als bij andere producten—door vraag en aanbod. Circa een derde van ons ingezameld oud papier wordt geëxporteerd.  Die export zorgt mede voor een hogere oud papierprijs. De inzameling is van groot belang. Zo heeft ruim 80 procent van het in Nederland gemaakte nieuwe papier en karton oud papier als grondstof. Als de prijs van oud papier te laag is, kan de inzameling ervan in gevaar komen. De opbrengstprijs is dan niet hoog genoeg om de kosten van inzameling te dekken. Naast het milieu zouden vele bedrijfstakken en gemeenten hier schade van ondervinden.
Dit gevaar werd erkend door de papierketen en daarom werd in 1998 PRN opgericht: een collectieve uitvoeringsorganisatie van het privaat-publieke inzamel- en herverwerkingssysteem van papier en karton.”

Het papiervezelconvenant is een afspraak tussen de Stichting Papier Recycling Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Op welke wijze dragen zij bij aan het verwezenlijken van de doelstelling?
Timmermans: “De inzameling bij huishoudens is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Zij bepalen of, en hoe, verenigingen, (sport)clubs, scholen en kerken—al dan niet in samenwerking met professionele oud papierondernemingen—het oud papier inzamelen. Gemeenten zorgen ervoor dat wij ons oud papier en karton eenvoudig kunnen inleveren.
Stichting Papier Recycling Nederland (verder: PRN) monitort maandelijks de ingezamelde tonnen oud papier bij de aangesloten gemeenten en oud papierondernemingen. PRN rapporteert de resultaten van de monitor jaarlijks aan het ministerie van Infrastructuur & Milieu. De taken van PRN liggen vast in het Papiervezelconvenant.”

ConvenantHoe zorgt PRN ervoor dat de prijs van oud papier op peil blijft?

Timmermans: “Het PRN-systeem bevat twee belangrijke instrumenten: een afnamegarantie en een afzetgarantieprijs.
De Nederlandse papier- en kartonindustrie heeft in een overeenkomst met PRN vastgelegd dat zij in tijden van permanente lage internationale marktprijzen voor oud papier, het ingezamelde oud papier uit huishoudens en bedrijven zal afnemen. Het gevolg van deze afnamegarantie is dat oud papierondernemingen—verenigd in de Federatie Nederlandse Oudpapier Industrie (FNOI)—en gemeenten hun werkzaamheden onder alle omstandigheden kunnen voortzetten. De papierkringloop is met de afnamegarantie aan de basis geborgd. Voorts is een afzetgarantieprijs afgesproken voor oud papier. De afzetgarantieprijs zorgt ervoor dat oud papierondernemingen en gemeenten blijven inzamelen en verwerken, ook als de marktprijs van oud papier (te) laag is en deze de kosten van inzameling en verwerking niet meer dekt. In dat geval is sprake van een deficit. Het verschil tussen de marktprijs en de gegarandeerde prijs wordt in geval van een deficit betaald uit een fonds dat wordt gevuld door de PRN-partners die papieren en kartonnen producten—niet zijnde verpakkingen—op de markt brengen, zoals uitgeverijen en drukkerijen. Zij betalen op basis van het papier/kartongewicht van hun producten een bijdrage aan het fonds. De laatste keer dat het fonds van PRN voor een deficit geopend werd, was in 2009. Uit het fonds wordt naast het deficit ook het bureau van PRN (3 fte) bekostigd. Voor die systeemkosten wordt een maal per convenantperiode een heffing gedaan, wederom bij de ketenpartijen die papieren en kartonnen producten – niet zijnde verpakkingen – op de markt brengen.

Uitgeverijen betalen dus wèl!

Timmermans: “Ja. Voor de situatie waarin sprake is van een deficit geldt dat een heffing plaatsvindt. Zoals ik zei was de laatste maal dat er een beroep gedaan moest worden op het fonds voor een deficit in 2009. Een permanente afvalbeheerbijdrage zou jaarlijks veel meer kosten met zich meebrengen.
Het PRN-systeem is een solide vorm van samenwerking, die efficiënt, tegen relatief lage kosten en met beperkte administratieve lasten werkt. Het resultaat is dat Nederland al jaren in de wereldtop staat op het gebied van papierrecycling!”