Summa Summary.
Geneeskunde samengebald
in één compendium.

Onlangs schreef ik een blog over ‘ summaries‘, waarin ik enkele voorbeelden noemde.
Een ander voorbeeld kwam ik  tegen in een artikel van Ellen de Visser “Éen dikke pil”(Volkskrant V Zomer Magazine, 12 augustus).

Het ging over het Compendium Geneeskunde, in eerste instantie een toetshulp voor geneeskundestudenten. Vier banden waarin totaal 1200 pagina’s die de gehele geneeskunde bestrijken. Een soort “Geneeskunde voor dummies”. U kent ongetwijfeld de “dummy” reeks, een serie beknopte, goede boeken van Addison Wesley.

Toetsgedreven behoefte
Het compendium is een initiatief van twee ondernemende medische studenten Veerle Smit (23) en Romeé Snijders (24), die vanuit hun eigen frustratie en behoefte op het lumineuze idee kwamen om een overzicht van alle disciplines van de geneeskunde te maken.
Hun probleem en dat van vrijwel alle medische studenten is dat zij vier keer per jaar een toets met 200 vragen moeten doen over het gehele spectrum van de medische wetenschap (iVGT). De antwoorden moeten ze halen uit boeken, aantekeningen en internet. Ze moeten weten wat belangrijk is. Een behoorlijke klus. Toets niet gehaald?  ‘Tant pis’. Opnieuw proberen, net zo lang tot het lukt want dan kunnen ze pas aan hun co-schappen beginnen.
De behoefte aan een samengevat overzicht was dus duidelijk.

Andersoortige samenvatting
Het compendium is anders is dan de summaries die ik eerder beschreef. Anders door de omvang maar ook anders door de doelstelling. Blinkist bijvoorbeeld biedt samenvattingen die je toegang geven tot het oorspronkelijke boek. Een voorproefje. Enigszins vergelijkbaar met wat Chemical Abstracts en Excerpta Medica doen. Deze geven toegang tot de immense berg onderzoeksgegevens die wetenschappers bijelkaar geploeterd hebben. Ik kom daar nog eens op terug.

Mission statement
Compendium Geneeskunde  (CG) is een doel op zich. Je zou de doelstelling kunnen omschrijven als “CG heeft ten doel geneeskundestudenten zo snel en effectief mogelijk hun voortgangstoetsen te laten halen door een beknopt overzicht van de hedendaagse geneeskunde te bieden in een goed memoriseerbare vorm”. Dat laatste betekent: kort, krachtig, heldere taal, en goed gevisualiseerd.

De prijs van het CG, vier banden, € 129 (pakketkorting), is misschien wat hoog voor veel studenten, maar moet geen probleem zijn voor hen die economisch denken. Wat kost immers drie maanden uitstel van je studie door een gemiste toets?

Sterke compressie
Een samenvatting van 1200 pagina’s lijkt veel.  Het is dat niet, als je bedenkt uit hoeveel informatie dat gehaald moet worden.
Ter illustratie.
Mijn zuster Ellen, een neuroloog, had bij haar pensionering 64 delen van het “Handbook of Clinical Neurology” in haar kast staan. Drie planken. Die serie stond onder redactie van Pierre Vinken, hoogleraar Neurochirurgie en later CEO van Reed Elsevier, en George Bruyn. De eerste serie (vol 1- 44) startte in 1968 en liep tot 1982. Daarop volgde de tweede (vol 45-78). In 2002 begon de derde serie onder redactie van de hoogleraren Michael Aminoff, François Boller en Dick Swaab. Dit jaar kwamen al 4 delen uit. In totaal 143 delen. Door Elsevier omschreven als “een van de grootste wetenschappelijke werken ooit gepubliceerd”.

Schatting
Ik heb me gewaagd aan een schatting. De derde serie, vanaf deel 79 tot het meest recente deel 143, beslaat (een snelle telling) ongeveer 44.400 pagina’s, gemiddeld 683 pagina’s per deel. Gebruikmakend van  dit gemiddelde beslaat de eerste serie zo’n 43.700 pagina’s en de tweede zo’n 10.900. Totaal vanaf het begin zo’n, 99.000 pagina’s. In 50 jaar. Laten we aannemen dat de delen jonger dan 15 jaar nog ‘state of the art’ zijn, hoewel dat door steeds weer nieuwe onderwerpen, strikt genomen niet zo hoeft te zijn. Dan zouden 99.000×15/50= 29.700 pagina’s er nog toe doen.

Informatieberg
In het Compendium Geneeskunde zijn 27 vakgebieden uit de geneeskunde opgenomen waarbij mogelijk de neurologie in omvang het hoogste scoort. Een aanname. Het lijstje vakgebieden langslopend kan ik me voorstellen dat er 14 middelgrote vakgebieden zijn en 12 kleine. Stel dat de middelgrote in pagina’s uitgedrukt een omvang van 17.000 hebben en de kleine zo’n 5.000 pagina’s. Dan komt het totaal van de vakgebieden die in het Compendium aan de orde komen in pagina’s gemeten op meer dan 300.000!
Er zullen ongetwijfeld onjuiste aannames in het voorgaande voorkomen, maar dat die berg heel groot is zal niet ver bezijden de waarheid liggen. En dat dat een gigantische compressie- of abstractieslag vereist is duidelijk.
Natuurlijk kan je een filter aanbrengen, gokken op de waarschijnlijkheid van onderwerpen die in de toetsvragen aan de orde komen, maar dan nog.
Tot die conclusie kwamen  Smit en  Snijders in de zomer van 2015 ook al toen ze op het eerste onderwerp (oogheelkunde) zaten te zwoegen. Het eerste van de 27.

Praktische bezwaren
“Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren” om maar weer eens Elsschot aan te halen. In dit geval geen wetten maar wel veel praktische bezwaren. Het siert ze dat ze vastgehouden hebben aan hun visie. Nadat ze die eerst via Facebook op juistheid hadden getoetst. Ze kregen veel respons op het idee.

Die visie en hun motivatie zou je vooral altruïstisch kunnen noemen: hulp aan medestudenten bieden (‘By students for students’). Want voor henzelf zou het makkelijker zijn geweest hard te werken aan de toetsen dan de berg werk verzetten die ze zich nu op de hals hebben gehaald. Daarnaast speelde een rol dat beide ervaring hadden opgedaan met een ‘abstracting site‘. Dus hadden ze gezien dat er in dit soort zaken ‘business’ zit, wat waarschijnlijk het zakengevoel in hun DNA aansprak.

Crowdsourcing
Met z’n tweeën de klus aanpakken lukte niet. Het werd duidelijk dat ze hulp nodig hadden. Een vacature op Facebook leverde een overweldigende reactie op, waaruit ze uiteindelijk 100 studenten-samenvatters selecteerden, die in koppels van 2 werkten. Eindredactie deden Smit en  Snijders, die zich  op de omslagen als auteurs presenteren. Tekeningen werden gemaakt door vijf studenten. Ze kregen ook hulp van een dertigtal (38) enthousiaste medisch specialisten, die de inhoud beoordeelden.

Verkoop
Er zijn intussen compendia aan 2250 medische studenten verkocht, dat is 13 procent van de doelgroep. Daarnaast 750 aan medische professionals. De derde druk is een feit.
Een interessant project voor commerciële uitgevers? Waarschijnlijk niet. Die krijgen niet zoveel vrijwillige studenten en medische specialisten bij elkaar om het werk te doen en zonder dàt rijzen de kosten uit de pan. De prijs zou aanzienlijk verhoogd meten worden om de loonkosten terug te verdienen en de vraag is of de markt (studenten) daarvoor voldoende elastisch is.
Anderzijds is de kwaliteit (effectiviteit) van het product een punt van zorg, zonder professionele schrijvers, zonder dito redacteuren en zonder echte infografici.

Internationaal
Intussen hebben de uitgevers besloten internationaal te gaan.
Er is gewerkt aan een zakboek “Pocket Neurology” , die past in de zak van een witte jas. Het is het eerste vakgebied dat er uitgelicht en vertaald is. Door tweetalige studenten. Het is de Engelse vertaling van het neurologie hoofdstuk in deel 1 van het compendium, waar nog 6 andere gebieden zijn ondergebracht.
Het zal zo’n 150 pagina’s A5 zijn wil het in de zak van een witte jas passen, zonder dat de jas scheef gaat hangen.

Hoewel Engelse tekst doorgaans  20 procent korter is dan Nederlandse gaat het hier om een verregaande compressie: 150 pagina’s A5 of 75 A4 op de 29.700 pagina’s van het “Handbook of Clinical Neurology”. Mag je het zo vergelijken?
Bij het internationaliseren van het hele compendium zullen in de niet-klinische vakgebieden culturele verschillen en andere wet- en regelgeving ongetwijfeld een belangrijke rol spelen. Een-op-een vertaling gaat dan niet op.

Digitale versie?
Een digitale versie? Nee zeggen Smit en  Snijders, die wijzen op een wereldwijd marktonderzoek onder medische studenten. “93,5% of them indicated they study from books”. Een feit blijft dat de toegankelijkheid en verwijzing in digitale media  vele malen makkelijker is (“Waar stond dat ook weer?”). Updates zijn ook makkelijker te realiseren en beschikbaar te stellen voor eerdere kopers. Bovendien is de digitale infrastructuur zelfs in  Afrikaanse landen  tegenwoordig beter dan in sommige streken van Nederland en zijn de opkomende generaties beter “digital based”. Een gemiste kans.

Crowdfunding
Voor het zakboek “Pocket Neurology” was geld nodig.
Getracht is dat via Kickstarter binnen te halen. De target ‘was € 50.000. Onduidelijk waarom juist dat bedrag gekozen is als er bij aangegeven wordt dat ze eigenlijk € 81.000 nodig hadden. De actie, gestart op 15 mei liep tot 16 juni, leverde  niet meer op dan € 8.174, zodat geconcludeerd moest worden “Funding unsuccesful”.
Dat is jammer. Nog een keer proberen? Een tweede poging wagen nu met een goed verhaal (“story telling”)? Met bijvoorbeeld voor de potentiële donoren/investeerders een antwoord op hun vraag “What’s In It For Me?” (WIIFM?). Over crowdfunding verscheen in het Financieele Dagblad van 2 september een uitgebreid artikel in de bijlage “Werk & Geld” pag 14.

Business career
Hebben Smit en  Snijders een mooie toekomst als arts/ondernemer voor zich? Een particulier ziekenhuis of misschien een wetenschappelijke uitgeverij? Pierre Vinken kwam na een succesvolle carrière als neurochirurg en hoogleraar op 45 jarige leeftijd naar Elsevier en werd daar CEO. Of misschien is hij niet zo’n goed voorbeeld. Vinken was helemaal op winst gericht. Aandeelhouders ‘ value’ .  Laag renderende bedrijven verkopen (kranten en drukkerijen) daarvoor in de plaats hoog renderende kopen (databanken).
Hij had niet dat altruïsme van Smit en  Snijders. Maar die zouden ook wel eens kunnen  veranderen als hun Compendium Medicine een wereldwijd succes wordt.

Edwin Kisman

edwinkisman@gmail.com

Print Friendly, PDF & Email

Een mening over “Summa Summary.
Geneeskunde samengebald
in één compendium.

  1. “Laat uw voeding uw medicijn zijn en uw medicijn uw voeding”, is een uitspraak van de Griekse arts Hippocrates (± 400 v. Chr.), grondlegger van de westerse geneeskunde, naar wie de beroepseed van artsen is genoemd. Nu snap ik waarom deze uitspraak in de hedendaagse versie van die beroepseed niet meer voorkomt. Het is namelijk een apart vak geworden: “gezondheidswetenschappen”. En over de relatie tussen gezondheid en voeding weten de meeste medici al generaties lang helaas maar heel weinig. Die zijn dus almaar bezig hun bergen verouderde kennis en informatie in kaart te brengen, samen te vatten en daarmee nieuwe generaties medische studenten op te leiden. Inmiddels worden bevindingen van grote denkers uit andere disciplines, zoals de scheikundige Linus Pauling (1901-1994), tweevoudig Nobelprijswinnaar, die in 1968 de orthomoleculaire geneeskunde introduceerde, gewoon genegeerd. Door de invloed van de – heel veel geld vergarende – farmaceutische industriëlen en hun vele artsenbezoekers. Maar er is hoop: enkele maanden geleden heeft de Amerikaanse medicus Paul Marik ervaren hoe levensreddend de eenvoudige, goedkope en veilige voedingsstof ascorbinezuur (vitamine C) kan zijn in crisissituaties op de intensive care afdeling van het ziekenhuis waar hij werkt. Medici van het Amsterdamse VUmc hebben dit nu ook ontdekt.