Infografieken: Oh, zit dat zó

Infografiek

Natuurkundepracticum, studie scheikunde, eerste jaar. Mijn vriend Wout Davids en ik moesten de lading van een electron bepalen met de proef van Millikan.  De metingen en de foutenanalyse leverden andere resultaten dan de handboeken. Wat te doen? Ik besloot een tekening te maken, een van mijn eerste infografieken. Een half opengewerkte opstelling. De assistent die ons verslag moest beoordelen was even  sprakeloos. “Dus zó ziet het apparaat er van binnen uit!”. Wij kregen een goed cijfer.

Dit voorval demonstreert een van de belangrijkste kenmerken van een goede infografiek: zij moet verduidelijken, verklaren. Ze moet die toegevoegde waarden hebben.
Het ultieme criterium voor een goede infografiek is dat de kijker denkt “Oh, zit dat zó!”. De boodschap moet goed gebracht worden, het verhaal moet helder verteld worden, snel te begrijpen.  Infografieken waar je lang naar moet kijken om ze te snappen voldoen niet.

Zit dat zó?
Een infografiek moet om te beginnen de de aandacht trekken. Een lezer scant een pagina vliegensvlug. Hij hanteert het criterium ‘ What’s In It For Me ?’. Als hem niets opvalt en hij herkent niets dan zet hij z’n zoektocht voort. Dat doet hij ook als hij toch een fractie van een seconde stopt maar dan denkt ‘So What?’.
De ideale infografiek geeft de kijker het gevoel dat er iets voor hem in zit, dat de infografiek er toe doet en dat hem iets duidelijk wordt. “Oh, zit dat zó!”.

Wat voor soorten zijn er?
Er wordt wel eens gezegd dat de opmars van de infografiek is begonnen bij de lancering van USAToday in 1983. Ze bestonden echter al lang vóór die tijd. Een bekend voorbeeld is de visualisering van de veldtocht van Napoleon in 1812-1813 naar Rusland. Een kaart gemaakt door een mijnbouwkundig ingenieur, M.Minard, waarin tegelijkertijd de troepenbewegingen, cruciale data en temperaturen bijeengebracht zijn.

Storygraphic
Het woord Infografiek werd in de jaren tachtig vooral gebruik voor de mix van tekst en beeld waar een verhaallijn in zat . Ik noem dat een ‘storygraphic’, een verhaal waarin tekst en beeld  samen en in synergie de boodschap  brengen.
Diagrammen (taart-, koorts- en staafdiagrammen), kaarten en plattegronden behoorden tot een andere tak van sport. Diagrammen kunnen “opgeleukt” zijn zoals Nigel Holmes dat zo prachtig doet. Door de context te verbeelden kan je de boodschap versterken (bijv. de betekenis van de cijfers). Toevoeging van een herkenbaar en betekenisvol icoon kan de kijker ontvankelijk maken voor de boodschap.

De infografieken familie
Tegenwoordig worden al deze soorten onder de noemer ‘Infografiek’ gevat. Terecht omdat het een generieke term is voor een “grafische verbeeldingen van informatie”. Of zoals de fysicus Philip Morrison, het ooit omschreef, ‘cognitive art’, waar ook veel voor te zeggen is. Het moderne begrip ‘data visualisatie’ valt daar  ook onder .

Online infografieken
Aan de traditionele printversies zijn intussen online versies toegevoegd die gebruik maken van interactiviteit en van bewegende beelden. Een mooi voorbeeld is de interactieve infografiek over de terroristische aanval in Parijs op 13 november 2015.

Sterke punten
Infografieken excelleren bij de verbeelding van tijd en ruimte relaties. Een klassiek voorbeeld is de bevrijding van de gijzelaars door Israëliers op de luchthaven van Entebbe in juli 1975. Een heldere “Oh, zit dat zó!” tekening van Peter Sullivan (1932-1996).

Valkuilen
Ik ben absoluut geen voorstander van 3D diagrammen: het perspectief maakt het vergelijken van delen (bijv. van een taart diagram)  moeilijker te begrijpen dan bij de vlakke diagrammen. Een typisch voorbeeld van ‘function follows form’. De funktie wordt ondergeschikt gemaakt aan de aantrekkelijkheid. Vaak worden deze uitvoeringen uitgelokt door de software, die velen tot 3D verleidt. Een bijkomstig gevolg is dat veel diagrammen op elkaar gaan lijken.
Een andere valkuil is de (in)correctheid van de toegepaste statistiek. Alleen al door  het kiezen van de eenheden op de assen en van het nulpunt kunnen heel wat lezers gemanipuleerd worden. Lees “How to Lie with Statistics” van Darrell Huff (herdruk vorig jaar verschenen) en “How to Lie with Maps”van Mark Monmonier (1996).

Aandachtspunten
De infograficus dient rekening houden met de volgende criteria, die bij het maken en het evalueren worden gebruikt:
– Eenvoud
– Attentiewaarde (aandacht trekken)
– Titel /icoon die de boodschap representeert
– Correcte weergave van de data
– Voorkomen van een “So What?” gevoel bij de kijker
– Streven naar een ”Oh, zit dat zo!” reactie van de kijker
Als je niet zeker van je zaak bent, test dan je infografiek, vooral wanneer het een complexe storygraphic is. Laat een aantal mensen het concept bekijken om te zien of de infografiek begrijpelijk en snel toegankelijk is, en of dat ”Oh, zit dat zo!” gevoel wordt opgewekt. Met de feedback kan de infograficus zijn tekening afmaken.

Goed werk verlangen
Let dus op of de infografiek voldoet.
Zorg ervoor dat zowel de tekenaars als de tekeningen hun werk goed doen.
Als opdrachtgever mag je dat verlangen.

Edwin Kisman

U kunt de bijgaande literatuurlijst en infografiek van het maakproces downloaden (pdf).
De infografiek is getekend door Thijs Unger, een door de wol geverfde infograficus, waarmee ik begin jaren ’90 binnen Wolters Kluwer Nederland het bureau Technografiek heb opgezet. Hij werkt nu bij het AD en is daarnaast freelancer.

2016 Boekenlijst IG

IG proces Thijs

 

Print Friendly, PDF & Email