‘Greenwashing’ gemeente Amsterdam
strijdig met Reclame Code

KIZcartoon

Laat ik beginnen met het volgende.
Een verspreide folder die ongelezen bij het oudpapier belandt, is voor niets gemaakt. Ook al is die folder grondstof voor een nieuwe folder, er is onnodig materiaal en energie voor gebruikt. Dat is zonde, niet duurzaam, en moet worden voorkomen.

Het beleid dat sinds 1 januari voor de reclamefolder geldt in Amsterdam, wil de stroom aan reclame in de brievenbus indammen. Volgens Milieu Centraal krijgen huishoudens gemiddeld 35 folders per week in hun brievenbus. Dat betekent 36 kilo reclamedrukwerk per jaar. De gemeente Amsterdam heeft een opt-in systeem ingevoerd voor folders. Om te profiteren van kortingen of aanbiedingen moeten burgers per 1 januari 2018 een JA/JA- sticker op hun brievenbus plakken, of persoonsgebonden informatie gaan delen met winkels dan wel internetexploitanten. Volgens de gemeente Amsterdam is de maatregel goed voor het milieu en gaat de stad er maar liefst 6000 bomen mee besparen. Burgers kunnen volgens de gemeente beter via modernere media hun informatie vergaren.
Klopt dit? Is de maatregel rechtmatig (tot stand gekomen)? En gaat deze niet voorbij aan de beoogde doelen?

Strijd met het recht

De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is afkomstig van de Partij van de Dieren (PvdD). Het KVGO en MailDB zijn er een juridische procedure tegen gestart. Insteek: het invoeren van de JA|JA- sticker heeft onzorgvuldig plaatsgevonden, het is niet aan de gemeente zo’n regel in te voeren en de belangen van winkeliers en de branche zijn geschaad met de invoering. Daarbij is het opt-in systeem gebaseerd op onjuiste en niet bewezen milieuclaims. In een artikel in Adformatie gaat Frans Blanchard nog een stap verder. Het opt-in systeem van Amsterdam schendt de vrijheid van nieuwsgaring en de privacy van burgers. Inperking van die rechten is alleen toegestaan bij wet en moet te rechtvaardigen en evenredig zijn in relatie tot het doel dat wordt nagestreefd. In casu is dat een milieudoel: tegengaan van verspilling. Maar wat is verspilling? Interessant gegeven: het APV-voorstel is afkomstig van Johnas van Lammeren, fractievoorzitter van de PvdD. Van Lammeren werkt tevens voor het bedrijf DTG dat digitale marketinginitiatieven ontwikkelt voor bedrijven. Voor apostelen van digitaal communiceren is print al gauw verspilling. Dertig procent van de retailomzet is echter afhankelijk van de folder. Uit de meest recente NOM-cijfers blijkt hoe effectief de folder is. Verspilling? Nota Bene.
Al jaren functioneert een systeem van zelfregulering (NEE/NEE en NEE/JA-sticker). Het wordt door de hele keten omarmt en de burger maakt er gebruik van. In Amsterdam had bijna 50 procent van de inwoners een Nee/Nee dan wel Nee/Ja-sticker op de bus. Dat betekent dat er bijna 50 procent minder folders werden gemaakt.

Greenwashing; milieuclaim niet onderbouwd

Het klein en grootwinkelbedrijf kan door de maatregel moeilijker producten aan de man brengen. De APV bevoordeelt bepaalde media zoals internet platforms waar folders kunnen worden geraadpleegd en huis-aan-huisbladen (met een minimum percentage redactionele inhoud). Met de nieuwe sticker zouden Amsterdammers meehelpen 6000 bomen te besparen. De gemeente gebruikte die claim opnieuw in de communicatie richting burger over de invoering van het nieuwe beleid. Dat de claim niet onderbouwd is en dus niet meer moet worden gebruikt stelde de Reclame Code Commissie (RCC) vast na een klacht van een burger. Een onafhankelijke instantie legt daarmee de misleidende uitingen van de gemeente bloot. Folders zijn grotendeels gemaakt van oudpapier. Welke boom wordt daarvoor geoogst? Daarnaast groeit het Europese bos mede door de duurzaam beheerde bossen van de papierindustrie. De gemeente kreeg de gelegenheid in beroep te gaan tegen de uitspraak van de RCC, maar deed dat niet. Logisch, de bomenclaim is een niet te onderbouwen vorm van greenwashing. Marianne Zwagerman noemde de gemeenteclaim in haar column op BNR een aperte leugen.
De gemeente Amsterdam heeft het zich lastig gemaakt. Een streng en doortastend milieubeleid is goed, maar moet eerlijk, effectief, transparant en structureel zijn. Landelijk kent Nederland een geweldig recyclingpercentage van 85 procent. Amsterdam komt slechts op 38 procent. De stad verbrandt zijn afval liever: niet erg duurzaam. Op punten waar de stad echt het verschil kan maken, zoals Schiphol en de haven, blijft het opvallend stil. En de milieu-impact van internet is blijkbaar geen issue. De APV lijkt dan ook symboolpolitiek. Nieuwkomer PvdD heeft met hulp van de Raad zijn eerste punt gescoord.

Effect, huis-aan-huis blad

Zoals te verwachten viel, leidt de APV tot nieuwe initiatieven en alternatieven. Zo krijgt Amsterdam een nieuw wekelijks huis-aan-huis blad: City, een magazine-achtige krant met onafhankelijke journalistieke informatie. De krant wordt mogelijk gemaakt door retailpartners als Blokker, Kruidvat, Dirk van den Broek en Seats and Sofas. City wordt wekelijks bezorgd bij 318.000 Amsterdamse huishoudens en heeft een omvang van 48 pagina’s. 90 procent daarvan bestaat uit advertenties. Daarmee komen de gedrukte reclameboodschappen bij veel meer burgers binnen dan voorheen. Huis-aan-huis bladen vallen net als printreclame van politieke partijen buiten het nieuwe systeem. Het werkelijke effect van de APV zou dan ook wel eens vies kunnen tegenvallen. Besturen is vooruitzien. Zeker Van Lammeren had deze tegenbeweging op de APV kunnen verwachten. Hij meldde deze week dat, met het oog op City, de APV wellicht moet worden aangescherpt. En dan heeft de rechter nog niet eens gesproken …

Erik Timmermans
directeur Informatiecentrum Papier en Karton

gerelateerde post

Het digitale-krantenseizoen weer geopend

Precies een maand nadat de Volkskrant het digitale-krantenseizoen opende ( 9 mei) kwam het Algemeen Dagblad met een AD app (9 juni).
Beide innovaties zijn voorbeelden van ‘Technology Driven Distribution of Content’ (TDDC).

AD app, Rubik’s Kubus
Terwijl de structuur van de VK Editie nog aan de hand van de oorspronkelijke krant loopt, met de daarin toegepaste volgorde van rubrieken en bijlagen, kiest het AD voor een andere insteek.

De AD app ( “4 werelden in uw hand”) doet enigszins denken aan Rubik’s Kubus. ‘Swipend’ met je duim draai je de vier werelden om een verticale as: AD, Regio, Video, Topics. Elke wereld is weer opgebouwd uit een aantal subgebieden, die je bovendien nog kan afstemmen op je eigen interesses. Bij AD bijvoorbeeld in Net binnen, sport, show en daaronder nog verfijningen zoals koken, auto en voetbal. Filters.
Bij Regio kan je kiezen uit diverse regio, je kan regio’s toevoegen etc. Ook de andere werelden bieden opties voor onderverdeling.

                                                                                                                                     Dataverzamelingen
In feite hebben we te maken met een database à la Google, met dit verschil dat de informatie in de krant zich aandient en opdringt (‘ik, ik, ik’) en de  info in Google gericht gezocht moet worden.

Alleen smartphone
De app is uitsluitend toegankelijk via de smartphone. Tablets staan buitenspel.
De AD bezoekersstatistieken, die realtime op schermen te volgen zijn, hebben aangegeven dat de meeste lezers de smartphone gebruiken. De Y en Z generatie. Het product is afgestemd op de grootste doelgroep, waar de hoogste advertentieomzet te halen valt. Een innovatie die voorlopig nog gefinancierd moet worden uit de abonnementsgelden van de krant, gedragen door de X generatie (en de U,V,W). Wanneer zullen de omzetlijnen elkaar kruisen?

Nog meer dit seizoen
De Telegraaf vernieuwde drie maanden geleden zijn ruim vijf jaar oude app. Design en navigatie werden verbeterd en er kwam de mogelijkheid om eenvoudig artikelen op te slaan. Een voorspel op het digitale-krantenseizoen.
Het financieele dagblad (FD) komt op 10 september met een vernieuwing, na een jaar voorbereiding. Maarten Hafkamp schrijft in Adformatie hierover dat de ambitie is “de beste krant in het digitale tijdperk” te maken !!
“De doordeweekse krant biedt een design dat proeflezers associëren met online. De dagelijkse navigatiebalk op de eerste drie pagina’s van de krant geeft precies aan wat het FD die dag te bieden heeft”.
Uit een onderzoek van Motivaction bleek dat “naarmate lezers steeds vaker en langer digitaal lezen, de behoefte groter wordt aan een overzichtelijke, verdiepende en rustgevende krant”.

Overzicht bieden
Hoofdredacteur Jan Bonjer sluit in de NRC daarbij aan. Hij zegt “De papieren krant biedt overzicht. Dat heb je digitaal minder goed. Online-lezers zeggen vaak dat ze bang zijn dat ze iets missen. Print kan een checklist of naslagwerk zijn bij het digitale nieuws.” Zie hierover mijn commentaar op de Volkskrant Editie.
Een wat onduidelijke uitspraak van Bonjer is “We gaan over op een kleiner formaat omdat we een krant willen maken die beter past in een digitaal tijdperk. “

Nog meer digitale kranten
De meeste kranten hebben tegenwoordig een digitale versie, een website of een app. Zowel voor smartphones als tablets (minder).
Zoals de bladen van de Persgroep.
Met in Nederland: AD, Volkskrant, Trouw, Parool, De Gelderlander, Brabants Dagblad, Tubantia
En in België: ED, De Stentor, DeStem, HLN.

En ook die van Mediahuis.
Met in Nederland: De Telegraaf, Metro, NRC Handelsblad, nrc.next, Noordhollands Dagblad, De Gooi- en Eemlander, Limburgs Dagblad, De Limburger
En in België: De Standaard, Het Nieuwsblad,Gazet van Antwerpen, De Gentenaar, Het Belang van Limburg

R&D centraliseren
Met die ‘kranten gemeenschappen’ vraag je je af: waarom moet elke krant een andere website of app hebben? Het onderscheid tussen de produkten moet immers vooral van de (authentieke) content komen.
Liever dan een artikel wegzetten over meerdere kranten (om kosten te besparen) zou je kunnen denken aan een gecentraliseerde R&D.
Eén Persgroep R&D met een horde ict-ers en één dito Mediahuis R&D.
Dus: niet redacties centraliseren (trendy) maar de digitale ontwikkelafdelingen.

Edwin Kisman

Uitgeverij De Tijdstroom
fuseert met Boom Uitgevers

Update ‘Boom uitgevers 175 jaar’, uit mei 2017

Boom uitgevers (verder: Boom) werd groot met wat tegenwoordig ‘nieuwsmedia’ heet. Vanuit Meppel groeide het bedrijf uit tot een lokaal georiënteerd—de noordelijke provincies en Flevoland—druk- en uitgeefimperium. Eind juni 2017 werd bekend dat Boom zijn regionale nieuwsmedia verkoopt aan de NDC mediagroep, onder andere de uitgeverij van het Dagblad van het Noorden. Het laat zich raden dat deze stap Mas Boom, holdingdirecteur van Koninklijke Boom uitgevers, nachtrust heeft gekost. Boom trekt zich met deze verkoop terug op zijn (landelijke) professionele uitgeefactiviteiten, verdeeld over Boom uitgevers Amsterdam en Boom uitgevers Den Haag.

Voor deze post is intensief geput uit ‘Wat een uitgever beweegt … De Tijdstroom 1921-1996’1, het jubileumboek dat in 1996 verscheen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de uitgeverij.

Overname De Tijdstroom

de jubileumboeken van Boom en De Tijdstroom

Met de overname van De Tijdstroom, verwerft Boom een multimediale uitgeverij. Met ‘apps’, tijdschriften, boeken, congressen en websites, bedient De Tijdstroom de professional in de gezondheidszorg, en de daarmee samenhangende opleidingen.

In deze post, in grove streken, een schets van het ontstaan van het door Boom begeerde De Tijdstroom, en welke overnames en gebeurtenissen daarbij van belang waren.

Meer lezenUitgeverij De Tijdstroomfuseert met Boom Uitgevers

Innovaties Volkskrant te vroeg gelanceerd.
Een ‘user experience’.

De Volkskrant digitaliseert. Een innovatie.
Is die vernieuwing ook een verbetering?

In mijn blog van 9 mei, “Im Westen Etwas Neues“, heb ik aandacht besteed aan die sprong.

De lancering
Ik schreef toen onder andere:

De Editie op de tablet, dwingt je tot keuzes vóórdat je iets meer weet over een artikel. Meso niveau. Je wordt in een artikel gelokt, waar je achteraf geen zin in had!

De replica van de papieren krant biedt de snelste ‘scan’ mogelijkheid. Exploratie van de gehele krant. Macro niveau. Je ziet sneller waar een stuk over gaat.

Ik mis de mogelijkheid om tekst te downloaden en ‘bladwijzers’ aan te maken. Opslaan in  Pocket was toch al niet mogelijk. “Een lees later-knop gaan we inbouwen”, zei toen de hoofdredacteur.

De vernieuwde website hangt tussen de replica en de Editie in, neigt meer naar de Editie op tablet.

Hoe is ’t na drie weken?
Ik had mezelf voorgenomen na drie weken nog eens op de nieuwe verschijningsvorm terug te komen. Wat vond ik?

De verhalen in de Editie lezen makkelijk, hebben een goed leesbare letter.
Je wordt een artikel ingetrokken. De droom van een opmaakredacteur. Geen concurrerende ‘entry points’ op een pagina of spread.

De keerzijde is dat je soms artikelen binnengetrokken wordt, die je helemaal niet had willen lezen. Dat gaat op een gegeven moment tegen staan.
De replica biedt overzicht waardoor je beter kan voorselecteren. Een paginastrip in de Editie, een strip die een overzicht geeft van opvolgende pagina’s of rubrieken, zou al helpen.

Bovendien kunnen de artikelen in de replica in de tekstmodus het leesgemak van de Editie evenaren door een andere opmaak en typografie. Daar hoef je niet een nieuwe app voor te bouwen.

Bewegende teasers (film, slide show), zijn vaak onrustig en leiden af. Storen.

Veranderen kost tijd?
De digitalisering is een ingrijpende verandering, die toejuiching opwekt maar ook weerstand oproept. Acceptatie kost tijd. Een verandering van papier (papierschaarste, het ongecoate papier was op) en bladspiegel (gedicteerd door de formaten van de persen?) zoals die van de bijlage Sir Edmund zal weinig lezers gestoord hebben.

Verkleinen van het blad gebeurde vroeger wel meer bij vakbladen. Als het wat slechter ging met de advertentieomzet. Een paar millimeter snijden aan de boven- of onderkant en de zijkant. Geen lezer die het merkte, maar het scheelde in de posttarieven.

Haastwerk, onaf
Maar waar blijft die beloofde ‘deelknop’ en de ‘lees later-knop’ ?
Die komen er aan is gezegd. Wanneer? De bovenstaande tekening doet een gooi: over een week.
Jean-Pierre Geelen (Ombudsman VK) citeert in dit verband in de krant van zaterdag 19 mei een lezer : “..alsof je een auto koopt en de banden pas een paar weken later krijgt.”
Waarom is de nieuwe vorm zo onaf geïntroduceerd?
Geelen licht toe:
“ Had de krant niet moeten wachten met het lanceren van de nieuwe app? Dat was beter geweest beaamt ook de hoofdredactie. Maar de lancering van de app was al eerder uitgesteld, nu waren reclamespots op tv al ingekocht en gepland. Toen die molen ging draaien, was er geen ontkomen meer aan. De naderende luwe zomerperiode was geen alternatief.”
Het lijkt alsof er bij de Volkskrant geen coördinatie is tussen redactie en marketing. Geen vroegtijdig overleg van het bladmanagement. Of heeft men moeite met realistisch plannen?

‘Deelknop’
Op 2 juni 2018 zie ik  dat bij een aantal artikelen in de Editie, niet allemaal, een ‘deelknop‘ is toegevoegd.
Ik kan nu een artikel,  voor ‘later lezen‘ opslaan in Pocket! Prima.

NRC abonnement
In mijn vorige blog schreef ik over mijn Volkskrant abonnement:
“Ik heb zojuist mijn abonnement op 6 dagen digitaal plus de weekendkrant omgezet in ‘full digital’. Dat scheelt misschien één-twintigste boom per week of 10 bomen per jaar en in ieder geval € 120. Kan ik een digitaal abonnement op de NRC voor nemen!”

Ik heb de daad bij het woord gevoegd. Heb een digitaal abonnement op de NRC erbij genomen. Drie jaar voor € 12,50 per maand. Een ‘replica’. Overzichtelijk met bladwijzer functie , goed leesbaar in de tekstmodus, en opslag mogelijkheid in Pocket.

kranten apps Volkskrant en NRC
De apps op mijn iPad

De favorieten
Ik heb nu een breed aanbod op mijn iPad: tweemaal de Volkskrant, Editie en Replica. De laatste heette tot gisteren  “deVolkskrantoud” met een grijze V in het logo en daardoorheen “OUD”.
Daarnaast NRC Digitaal en de Volkskrant website.
Ik moet kiezen. Mijn favorieten zijn de Volkskrant (replica) en NRC Digtaal.
Tussen twee haakjes, Gummbah vind ik leuker dan Kamagurka en Peter de Wit.
Ik ga het drie jaar lang bekijken.

 

Edwin Kisman

Links

Im Westen Etwas Neues

Freelancers worden onderbetaald
biedt certificering de oplossing?

NLFQ gecertificeerde freelancer beter betaald?Freelancers in de communicatiebranche worden onderbetaald. Ook, nu de Nederlandse economie aantrekt.
Wilbert van der Heijden , die zich sterk maakt voor de belangen van freelancers, een lofwaardig streven, stelt dit fenomeen aan de orde in een column in Nederlands Media Nieuws.
Hij geeft daar een voorbeeld van.
“ Het gemiddelde ZZP-tarief blijft al jaren steken op 43 euro per uur waar ze in 2014 nog 54 euro verdienden. Het is gebleken dat vooral de socialmediaspecialist ook dit jaar, evenals de tekstschrijver en vertaler, nog steeds mínder verdient in plaats van méér.”

De oplossing?
Hij ziet de oplossing in de NLQF certificering die er aan gaat komen.
“Alle hoop is gevestigd op het nieuwe register voor professionals in de communicatiebranche. Dat register legt professionals langs de NLQF-meetlat, die aan de Europese eisen voldoet. De NLQF-certificering geldt per januari 2019 voor alle opleidingen in alle branches. Dus ook de communicatiebranche. De in dit nieuwe register opgenomen professionals zijn door hun aantoonbare kennis, opleidingen, praktijk- en levenservaring dus bewezen deskundig. Dan ligt er een basis waarna we een beroep op freelancers kunnen doen om elkaar binnen het communicatievak niet langer kapot te concurreren”.

Betere betaling?
Hierbij zijn enkele kanttekeningen te plaatsten.
Ten eerste: zullen freelancers beter betaald krijgen zodra ze NLQF gecertificeerd zijn?
Worden freelancers niet eerder beoordeeld op hun portfolio (hun ‘rugzakje‘), anders dan vaste dienstverbanders? Is dàt niet de belangrijkste bewezen maat voor hun deskundigheid?

Tarief
Bovendien, het uurtarief wordt vaak in onderhandeling bepaald door de opdrachtgever en de freelancer, in die zin, dat als de opdrachtgever elders goedkoper terecht kan, voor de zelfde deskundigheid, hij voor die goedkopere optie zou kunnen kiezen. Tenzij tarieven dwingend worden voorgeschreven. En zelfs dan.

Concurrentie
‘n Bijkomend praktisch probleem kan zijn dat het aanbod van communicatiefreelancers groter is dan de vraag. Dat leidt tot concurrentie en een daling van de tarieven. Het marktmechanisme.

Is daar wat aan te doen?

Eric Ravestijn en Edwin Kisman

Links

Wilbert van der Heijden column

NLFQ

NLFQ voor werkgevers

Financespeak: klare taal graag,
denk als een geldlener

Klare taal is een probleem. Na de aandacht die ik besteedde aan onbegrijpelijke teksten die Paul Romer probeerde te bestrijden (Bankspeak) en die Inez Weski gebruikte (Courtspeak), nu hypotheekdocumenten in de schijnwerpers.
Is bij ondoorgrondelijk taalgebruik sprake van onmacht, ondeskundigheid, slordigheid of opzet?

Hypotheekpapieren
Uit Trouw van 8 mei 2018, citeer ik het volgende bericht (Bron ANP).
“De hypotheekakte trekt zich helemaal niets aan van allerlei taalmoderniseringen. Veel hypotheekpapieren bestaan nog altijd uit een ondoorgrondelijke woordenbrij, zo concluderen taalwetenschappers van de Universiteit Utrecht. De teksten staan bol van jargon en juridische termen, bevatten te veel informatie per zin, onnodige hulpwerkwoorden en passieve vormen. De hypotheekakte is daarmee een van de onbegrijpelijkste documenten op Nederlands taalgebied.”

Meer lezenFinancespeak: klare taal graag,
denk als een geldlener

Vang je goede ideeën
voor ze verdwijnen

“Gedachten borrelen door een luikje uit mijn onbewuste naar boven. Associaties.? Ik zie ze komen. Ik moet ze snel vastleggen, want ze zijn zo weer verdwenen. Terug naar het onbewuste of zomaar opgelost ”.
Een citaat uit een blog, twee jaar geleden, over de creativiteit van “het brainstorm moment”.

Vastleggen
Een belangrijke fase tussen het opkomen van ideeën en het uitwerken is het vastleggen ervan. Het is immers zonde goede invallen te laten vervliegen. Invallen, maar ook gedachten, observaties, ervaringen, citaten, literatuurverwijzingen, resultaten, en mislukkingen.

Papier en potlood
Het meest voor de hand liggend is voor het aantekenen papier en potlood te gebruiken. Afhankelijk van de papiersoort gebruik ik een hard of een zacht potlood.
Dat papier kan van alles zijn: servetten, een blocnote, een ideeënboekje van eenvoudig tot bijzonder (Moleskine waarbij ook Ernest Hemingway zwoer). Agenda, met links de data en rechts een leeg vel waarop je aantekeningen kan maken.
Ik gebruik heel vaak de achterkant van gebruikt printpapier, milieuvriendelijk ook. Vroeger de achterkant van sigarendoosjes. Maar ik rook al lang niet meer.

Tweede natuur
Belangrijk is dat je het vastleggen systematisch doet. Het moet een tweede natuur worden.
Het betekent dat je altijd potlood en papier bij de hand moet hebben want ideeën kunnen op de vreemdste momenten en plaatsen opkomen.
Voor ‘s nachts heb ik een aantekenboekje op het nachtkastje. Ben je meteen van je gepieker af. Een briljante gedachte op de snelweg? Stoppen bij een benzinestation, kan je even uitblazen zodat je daarna weer scherp kan doorrijden. Verkeersveilig.

Hoe noteren?
Moet het snel, noteer dan desnoods een paar steekwoorden. Wel duidelijk schrijven. Met blokletters, anders denk je later: ’hè, wat staat daar nou?’
En als je toevallig niet iets bij de hand hebt dan kan je het achteraf reproduceren door een mind map te maken, je redding. Het is verbazingwekkend te zien hoe schijnbaar verdwenen gedachten weer naar boven komen door het associatieve karakter van een mind map.

Digitaal
Je kan ook moderne hulpmiddelen gebruiken: apps om in te spreken op je smartphone (VoiceRecorder, Dictate), apps op je iPad voor snelle notities (Notes, Evernote ) voor mindmaps (Noteshelf).

Wat doe je met je aantekeningen?
Wat doe je met al die notities? Je kan ze meteen uitwerken of ze even laten voor wat ze zijn. Je hebt er intussen een heleboel. In agenda’s, een Bullet Journal, blocnotes, losse flodders in een schoenendoos, op je iPad. Je kan ze opslaan in Evernote. Hoe orden je die chaos? In eerste instantie bijvoorbeeld met een ‘mind map’, waarmee je vrij letterlijk je gedachten in kaart brengt.

Overzicht en inzicht
Het is belangrijk overzicht te houden over al je ideeën. Weten wat en waar je ze allemaal verzameld hebt. Je kan je in ieder geval voornemen van tijd tot tijd die aantekeningen door te nemen. Dat is betrekkelijk gemakkelijk als je ze keurig in blocnotes genoteerd hebt. Zoals Leonardo da Vinci dat deed. Prachtige tekeningen, met tekst in spiegelschrift. Kunstwerken.
Hoewel, als je tien van die boeken hebt ben je wel even bezig. Het kan dan wel voorkomen dat je af en toe patronen herkent, gerelateerde ideeën, wat tot nieuwe ideeën kan leiden.

Toegankelijke index
Je kan sneller overzicht krijgen als je kan beschikken over een toegankelijke index. Een database waarin alle notities zijn beschreven.
Ik heb, met het programma Filemaker, zo’n eenvoudige database voor ideeën gemaakt, zoals ik er ook een voor gebeurtenissen heb gemaakt, waarin ik de gegevens uit tig agenda’s uit het verleden heb ingevoerd.

Intellectueel kapitaal
Voor ideeën kan zo’n database de volgende velden bevatten: categorie (‘dropdown’ menu met vaste ‘items’), korte omschrijving, datum, bron (agenda, notitieblok, Evernote, Dropbox, ook weer een ‘dropdown’ menu), nadere plaatsaanduiding en ‘tag’. Invoeren van de gegevens is inderdaad een klus, maar wel lonend. Want, eenmaal ingevoerd, beschik je over een stuk intellectueel kapitaal.

Hoe verder?
Je kan je database op gerelateerde onderwerpen gaan doorzoeken. Met je zoekresultaten een ‘Scrivener’ project opzetten om een artikel, rapport of projectvoorstel te schrijven.
Of op een flipover een grote ‘mindmap’ maken . Een stap achteruit doen, een helikopter view, plotseling een onverwacht verband zien, serendipity, en een ‘eureka’ moment beleven.

Wat wil je nog meer dan dat? Die bevrediging is toch belangrijker dan een hoog salaris! 🙂

Edwin Kisman

Zie ook de volgende links
Het brainstormmoment
Het ordenen van gedachten
Mindmappen
Da Vinci Notebooks
Evernote
Scrivener
Favoriete Redactie software
Bullet Journal

 

Het papier is op,
vlucht naar ‘full digital’

Papier schaarste. Uitgevers gaan digitaal. Wal keert het schip.Papierfabrikanten hebben geanticipeerd op een dalende printvraag van uitgeverijen die omschakelen naar digitaal.

Karton
Bovendien is door de online handel de vraag naar andere papierproducten, met name karton, gestegen en zijn papierfabrieken in die groeimarkt gesprongen, ten koste van de uitgeverijproducten.
Intussen blijkt die daling van de printvraag van de uitgeverijen niet zo dramatisch te zijn zodat tekorten ontstaan en papierprijzen voor printmedia stijgen.
Prijsverhogingen bij dalende inkomsten, dat schuurt. Rendementen worden aangetast. Er wordt ingegrepen in de producten. Kleinere omvangen, formaten en kleinere letters.

Meer lezenHet papier is op,
vlucht naar ‘full digital’

De Volkskrant:
Im Westen etwas Neues

Digitale krant. De Volkskrant vernieuwt.
2012 cartoon KIZ

De Volkskrant vernieuwde medio deze week. Er is een digitale Editie voor de ‘tablet’ en een aparte app voor de ‘smartphone’. De digitale replica van de papieren krant blijft bestaan. De website is vernieuwd.

Hoofdredacteur Philippe Remarque meldt dat met de trots van een vader die niet helemaal begrijpt wat zijn kinderen doen. Van journalistiek weet hij natuurlijk alles, dat moet ook wel met een redactiebudget van € 25 miljoen, maar die ict?

Meer lezenDe Volkskrant:
Im Westen etwas Neues

Cartoons,
tekeningen die je in één oogwenk begrijpt

cover cartoon book of Saul Steinberg 'The Passport' 1957Cover cartoon book of André François 'The Half Naked Knight' 1959Cover cartoon book of Gerard Hoffnung 'Hoffnungslos' 1959

 

 

 

 

 

 

 

Bij cartoons denk je aan cartoonisten zoals Peter van Straaten, Jos Collignon, Arend van Dam, Stefan Verwey, Gummbah (Gertjan van Leeuwen), Kamagurka (Luc Zeebroek), Len Munnik, Fokke & Sukke en de ouderen onder ons aan Yrrah (Harry Lammertink), Frits Müller, Opland (Rob Wout), André François, Gerard Hoffnung, Saul Steinberg, Giles en Ronald Searle.

Je denkt aan tekeningen, soms grappig, humoristisch, blij, flauw, ironisch, absurdistisch, sarcastisch, cynisch en bijtend. Soms actueel, soms tijdloos, van alle dag, neutraal, of politiek geladen. Minder aan verklarende of uitleggende tekeningen, bijvoorbeeld over chemie of fysika.

Kracht
De kracht van cartoons zit ‘m in eerste instantie in het beeld. Ze trekken de aandacht en zijn vaak in een “oogwenk” te lezen, te begrijpen. De ‘clou’ in één oogopslag. Een ‘hole in one’ story. De eerste klap is een daalder waard.
Bestaat de cartoon uit méér ‘frames’, is er tekst bij of ontbreekt directe “resonantie” dan duurt het wat langer voor de ‘clou’ tot je doordringt. Je moet de tekst eerst lezen en dan in verband brengen met het beeld.
Je hebt cartoons ‘sans paroles’ en cartoons met tekst die het beeld ondersteunt of juist beeld dat tekst ondersteunt.

In print en online
Je vind cartoons in kranten, tijdschriften, boeken, websites en ebooks. Ook in Powerpoints. In advertenties, folders, posters.

Sterke inprenting
Het blijkt dat een cartoon goed blijft hangen door de combinatie van herkenbare humor, beeld en soms wat tekst. Communicatie met een glimlach.

KIZ Cartoon in chemistry textbook pre-university education publisher Wolters Noordhoff - depicting a weak acidOok lesmateriaal
Het gebruik van metaforen werkt, zoals gebleken is, ook goed bij leerboeken. Zelfs in de chemieleerboeken, zoals in de jaren tachtig is onderzocht door de educatieve uitgeverij Wolters Noordhoff.
Destillatie, chromatografie, zuren en basen, zouten. Hoe werkt dat?
Speels graven de cartoons een tunnel door de berg van weerstand en desinteresse (inderdaad het ‘tunnel effect’).

Tekenen
Ik heb van jongs af aan getekend en heb me sinds 1957 geworpen op cartoons. Een specialisatie. Ik heb me ontwikkeld onder invloed van de genoemde cartoonisten André François, Saul Steinberg, Gerard Hoffnung, Ronald Searle en ook Giles.
Vroeger schetste ik mijn tekeningen met een zwarte viltstift, scande de tekening, vectoriseerde die en bewerkte de vectortekening vervolgens verder in Adobe Illustrator.
Tegenwoordig werk ik meteen digitaal: op een iPad met een Apple Pencil in de programma’s 53Paper, Noteshelf of, sinds kort, Tayasui Sketches. Het resultaat is uiteraard anders.

KIZ Cartoon in sport section dail Algemeen Handelsblad depicting runners supportPublikaties
Ik heb sinds mijn start gepubliceerd in het Algemeen Handelsblad (sportredactie, waarbij ik ook een tijdje roeiverslaggever was), Het Parool , Het Vrije Volk , Folia Civitatis , Propria Cures , Nereus Gedenkboek, ASC Studenten Almanak, NBBS brochure , Faedrelandsvennen (Noorse krant), La Codorniz (Spaans humoristisch blad).

Chemische leerboeken
Als tekenende chemicus mocht ik chemieleerboeken voor het middelbaar onderwijs (Wolters Noordhoff, Malmberg) met beeld vullen. Zo’n twintig boeken totaal. En tekende ik voor vaktijdschriften zoals Chemisch Weekblad, Chemisch Magazine, Polytechnisch Tijdschrift, Economenblad, Nord Emballage (Zweeds vakblad), Mibiton (jaarverslag), DPI (research proposal), KIWA (brochure), Teleac Energy (cursusboek), Wolters Kluwer Nederland (bulletins) , VPGI (bulletin).

KIZ Cartoon in Chemisch Weeblad a chemical weekly depicting the role of chemistryKIZ Cartoon in Connected house magazine of Casema 'always stay optimistic'KIZ Cartoon in Connected house magazine of Casema a strategic plan found in trashKIZ Cartoon in flyer of a creative workshop getting ideas in the bath tub

 

 

 

 

 

 

 

Na de eeuwwisseling volgden Vakblad (maandblad), Equal (een NUV/ ESF project), Connected (Casema), Regie van Fantasie (workshop creativiteit), XLinks (kwartaalblad Polymeerchemie), C2W (tweewekelijks chemisch tijdschrift), Safety (SDU), en Klikt ‘t of klikt het niet? ( een e-book).

 

Blogs schrijven
En nu? Naast tekenen schrijf ik blogs voor Vakblad.info en Sate-man.nl

Edwin Kisman

 

Zie ook de volgende links

André François

Saul Steinberg

Ronald Searle

Gerard Hoffnung

Carl Giles

KIZ cartoons

Sate-man

 

 

 

 

 

 

 

Courtspeak?
Denk als een rechter

De inkt van mijn blog over ‘Bankspeak’ was, bij wijze van spreken, nog nat toen ik een column las van John van den Heuvel in de Telegraaf van donderdag 26 april over een pleidooi van de strafpleiter Inez Weski. De kop: “Waarom is Weski zo warrig?”.

Volgens de rechters is haar pleidooi door het ‘zeer wijdlopige en grammaticaal niet kloppende taalgebruik’ niet te volgen. ‘Het is lastig gebleken de structuur in het betoog te ontdekken’ aldus het vonnis. De langste zin in de pleitnota telt 400 woorden!

Complicerend is verder dat dezelfde argumenten vaak onder verschillende hoofdstukken terugkomen en dat vele citaten en voetnoten zijn toegevoegd, zonder dat steeds duidelijk is wat daarmee wordt beoogd” aldus de rechters.

Deze kritiek komt duidelijk het pleidooi niet ten goede. Arme cliënt Naoufel F. die 18 jaar kreeg.
Volgende keer de pleitnota maar door de U-Read van Suzanne Kleijn halen.
Wordt de nota meteen van 197 pagina’s teruggebracht tot een behapbare omvang van 40. Een Kleine Weski.
Vooraf nog een ‘executive summary’ van één pagina en iedere rechter kan het weer volgen.
Ik stuur Paul Romer wel even een Whatsapp hierover.

EK

Zie ook de volgende links
Vonnis rechtbank in Crimesite.nl
Paul Romer, Bankspeak en U-Read
De Kleine Piketty

Bankspeak?
Denk als een lezer

Keep strangers out

Hij heeft het niet gehaald. Paul Romer de veelbelovende hoofdeconoom van de Wereldbank. Ondanks zijn grote reputatie onder economen. Zelfs getipt als Nobelprijs winnaar. Aangesteld in oktober 2016, ontslagen eind januari 2018. In mei vorig jaar al ontheven van zijn functie als hoofd van de onderzoekafdeling. Anderhalf jaar Wereldbank. Hij is weer terug op zijn oude stek, de Universiteit van New York.

Onleesbare rapporten
Romer is gestruikeld over zijn kruistocht tegen de wollige, ondoorzichtige taal van zijn ambtenaren, die hij bekritiseerde om hun onleesbare rapporten.
Het zal aan zijn voorkeur hebben gelegen, kort en helder communiceren, maar hij had voor zijn ambtenaren ook een belangrijke boodschap. Hij zei dat de onderzoeksrapporten van de Wereldbank meer aandacht zouden krijgen als ze leesbaarder zouden zijn. En daardoor meer invloed zouden hebben.
In een memo schreef hij “Iedereen bij de bank zou ernaar moeten streven helder en beknopt proza te produceren. Dat bespaart de lezer tijd en inspanning. We moeten meer aan de lezer denken”. Net wat Buck Ryans basisprincipe is bij het schrijven voor (vak)tijdschriften is “Think like a reader”. Zie de blog StoryPlanning

Meer lezenBankspeak? Denk als een lezer

Sneller redigeren in drie stappen

In de Volkskrant van 25 april staat een verslag over het proces tegen de Deense uitvinder Peter Madsen.
Het betreft de moord in zijn duikboot Nautilus op de Zweedse journalist Kim Wall en het navrante vervolg daarop.
In dat verslag is de volgende ‘call out’ opgenomen (een uit het artikel gelichte tekst bedoeld als aandachttrekker):

“Wat doe je als je een groot probleem hebt? Dan deel je dat op in iets dat kleiner is”
Peter Madsen tijdens een gesprek met een forensisch psychiater.

Deze uitspraak doet op lugubere wijze denken aan mijn blog uit 2015 “Sneller redigeren in drie stappen

EK

“Photoshop maakt de wetenschap kapot”

Een afbeelding van onderzoekuitkomsten is eenvoudig te manipuleren met Photoshop

Deze kop prijkte begin maart jl. boven een artikel in de Belgische krant De Standaard. Als ik de ‘baas’ bij Adobe was—de producent van Photoshop—zou ik direct gereageerd hebben: software maakt niets stuk; de gebruikers, mensen die het misbruiken, misschien wel. Dat blijkt ook hier het geval.

Meer lezen“Photoshop maakt de wetenschap kapot”

Hindsight, plannen in de achteruitkijkspiegel

“Don’t wait for the things to happen,
Don’t even want them to happen,
Just watch them happen”

Aldus agent Jimmy Malone (Sean Connery) tegen de FBI agent Eliot Ness (Kevin Costner) als zij aan de Canadese grens staan te wachten op de oversteek van dranksmokkelaars. Een passage uit de film “The Untouchables” (1987) over hun strijd tegen het schrikbewind van Al Capone.

Met andere woorden, stel je verwachting op nul en zie wat er van komt.
Zonder verwachtingen kan je niet teleurgesteld worden. Dat geeft rust

 

Meer lezenHindsight, plannen in de achteruitkijkspiegel